Wachten op Oranje

De twee jongens die gisteren op Schiphol de spelers van het Nederlands elftal voor „homo’s” en „zakkenvullers” uitmaakten, leken niet speciaal voor dat doel – schelden – naar de luchthaven te zijn gereisd. Ze stonden achter mij. Toen ze de eerste keer „vuile homo’s!” riepen, keek ik over mijn schouder en zag dat ze beiden een reiskoffertje bij zich hadden. Nog even die verwaande miljonairs vertellen wat je van ze denkt, voordat je op het strand gaat liggen bakken.

„Van Persie, vuile homo! Vuile zakkenvuller!”

Ik telde uiteindelijk drie in oranje geklede fans. Twee jongetjes en een tiener in een rolstoel; ze waren bij de eersten die het Nederlands elftal opwachtten bij aankomsthal 4. Zij, en een handvol andere kinderen, hadden schriftjes bij zich waarin ze handtekeningen van de Oranje-spelers wilden verzamelen.

Dit wachten was een kwelling. We staarden meer dan een half uur naar dichte schuifdeuren. En waarom? Om het team welkom te heten dat een van de allerslechtste prestaties op een eindtoernooi had geleverd? Als wij, de wachtenden, elkaar aankeken, dan bespeurden we licht ongemak in elkaars blikken. Alsof we niet op Oranje aan het wachten waren, maar op een bende misdadigers.

De eerste speler die de aankomsthal uitliep was Luciano Narsingh. Niemand leek hem te herkennen. Hij liep snel en met het hoofd gebogen naar de uitgang, waar een pendelbus stond te wachten. Het gescheld en het applaus begonnen pas toen de rest van de spelersgroep door de schuifdeuren liep. Klaas-Jan Huntelaar was de slimste van het stel. Hij kwam druk telefonerend naar buiten, elk oogcontact met de wachtenden vermijdend. Khalid Boulahrouz keek nog het meest gekweld van allemaal. Je had hem willen toeroepen dat het maar een spelletje is.

„Robben, Sneijder – vuile zakkenvullers!” klonk het achter mij. Wat ik zo indrukwekkend aan Robben en Sneijder vond, was dat ze ondanks dit gescheld de moeite namen om uitgebreid handtekeningen uit te delen. De andere spelers wisten niet hoe snel ze bij de bus moesten komen.

Nog indrukwekkender was Robin van Persie. Hij kreeg het luidste gejoel en het giftigste gescheld van alle spelers te verduren. Hem wordt een straatmentaliteit verweten. Hij gaat te veel met Marokkanen om, hij is zelfs met een Marokkaanse getrouwd, geen wonder dat hij van het padje af is geraakt – tenminste, als ik de berichtgeving over Van Persie de afgelopen dagen goed heb begrepen.

Maar gisteren had hij wel het fatsoen om bij al zijn jonge fans een krabbel in hun schriftjes te zetten, terwijl hij luidkeels werd uitgescholden.

Van Persie zette nog een handtekening. Even bleef hij drentelen, de pen in zijn hand. Van wie had hij hem ook alweer geleend?

Het was snel voorbij. Nadat de laatste speler op applaus en gescheld was getrakteerd, liep de aankomsthal leeg. De twee vuilbekkende jongens trokken verder, hun koffertjes achter zich aan. Voldaan dat ze hun hart hadden kunnen luchten.

    • Hassan Bahara