Waarom mensen het verleden niet loslaten

Hoe graag een mens soms ook wil, van zijn verleden komt hij niet af. Of dat nu gevuld is met mooie herinneringen of met intens verdriet, het verleden draagt hij altijd bij zich. Dat is goed, meent psychiater Hans van der Ploeg. „Wij zíjn ons verleden.”

In de roman Der Vorleser toont de Duitse schrijver Bernhard Schlink hoe het verleden aan je ziel vreet. En waarom de ik-figuur, advocaat Michael Berg, er nooit in zal slagen zijn pijnlijke verleden los te laten. In talloze flashbacks ziet hij de veel oudere Hanna Schmitz voor zich, met wie hij vlak na de oorlog als vijftienjarige scholier een kortstondige relatie heeft gehad. Het pijnlijke is dat Hanna, kampbewaakster tijdens de oorlog, Michael seksueel misbruikte én dat hij haar op zijn beurt in de steek laat door tijdens het proces te weigeren te getuigen dat ze analfabeet is. Pas tijdens de zitting dringt het tot hem door waarom hij haar almaar vóór moest lezen, op het dwangmatige af.

Uit schaamte over het feit dat ze analfabeet is, neemt Hanna de schuld op zich van het feit dat ze met vier andere bewaaksters niets heeft gedaan om te voorkómen dat een paar honderd vrouwen de dood vonden in een brandende kerk. Daarom krijgt ze de hoogste straf. Uit schuldgevoel besluit Michael haar in de gevangenis via ingesproken tapes te blijven voorlezen. Dit ingesproken woord lijkt voor beiden een vorm van therapie, maar het werkt niet echt. Hanna leert alsnog lezen, maar pleegt vlak voor haar vrijlating zelfmoord.Michaels leven is beschadigd. Het is alsof de tijd definitief is blijven stilstaan. Zijn verleden is een ziekte die nooit meer over gaat: „Wat ik heb gedaan en niet gedaan en wat zij mij heeft aangedaan – het is nu eenmaal mijn leven geworden.”

Mensen blijven niet alleen met het verleden bezig omdat er veel pijn en verdriet aan vastzit. Aan het verleden kleven vaak juist de mooiste herinneringen. Het verleden is niet alleen iets voor ouderen. We zíjn ons verleden. En niet alleen ons brein. Vroeger was alles. Je hoort het dagelijks in verhalen van mensen. Zonder enige aansporing vertelt iemand dat zijn moeder al heel jong aan kanker is overleden. Dat is tragisch voor die moeder én de verteller. Die voortijdige dood zet het leven volledig op zijn kop. Je hebt geen keus, je moet verder. De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello noemt dit ‘de pijn om zo te leven’.

Nostalgie

Veel mensen vertellen over het verleden, omdat ze terugverlangen naar de geborgenheid van hun jeugd. Het geeft hun een vertrouwd gevoel. Dit grenst aan weemoed of nostalgie. Opmerkelijk dat zelfs in het woord nostalgie, behalve verlangen naar vroeger, ook weer pijn zit. In 1688 schreef de Zwitserse arts Johannes Hofer, in Nostalgia und Heimweh, over mensen die een vorm van melancholie ontwikkelden met droefheid, angst, hartkloppingen en het weigeren van voedsel. Als voorbeeld noemde hij een jonge man uit Bern die in Basel studeerde. Zijn klachten verdwenen rap toen hij terug was in zijn geboorteplaats.

Nostalgie kent hele oude wortels. Klassiek is het treurdicht Tristia van Ovidius. In 3.300 versregels schreeuwt de dichter het uit hoezeer hij verlangt naar de stad Rome, waaruit hij op last van de keizer verbannen werd. Hij klaagt over het klimaat, agressieve, ongeletterde barbaren, het verval van zijn taalbeheersing en het gemis van gecultiveerd publiek dat hem om zijn gedichten bewondert. Ovidius mag misschien overdrijven met z’n geklaag, maar zijn gemis is overduidelijk: „Ik mis jullie, ik heb heimwee en ik ben er beroerd aan toe.” Naarmate de ballingschap voortduurt en de kans op terugkeer kleiner lijkt, wordt de pijn niet minder: „Mijn wond lijkt vers, ik voel hem nog aldoor.” Ovidius is nooit meer naar Rome teruggekeerd.

Het verlangen naar vroeger zie je in Yesterday van The Beatles en in Het orgeltje van yesterday van de dichter Rutger Kopland. In De heimweefabriek laat de psycholoog Douwe Draaisma schitterend zien dat de piek van herinneringen bij oude mensen zich vooral omstreeks de adolescentie bevindt: het reminiscentie-effect. Indrukken van omstreeks het twintigste jaar hebben de meeste impact. Misschien verklaart dit ook waarom mensen trouw blijven aan de favoriete zanger of popgroep van hun jeugd. Ze blijven fan van de inmiddels grijs geworden held die nog één keer zijn beste nummers ten gehore brengt. Het is vergane glorie, maar wat geeft het. Nog even schurk je nostalgisch tegen het verleden aan.

Geur van benzine

Herinneringen aan vroegere gebeurtenissen kun je met bepaalde prikkels oproepen. Een bekende geur, of een simpel detail maakt het verleden voor mensen plotseling actueel. Zoals de smaak van het madeleinekoekje bij Proust. Of de geur van benzine, waardoor soldaten ineens weer terug zijn in een bedreigende oorlogssituatie. Het menselijk brein reageert actief op dergelijke prikkels: de amyg-dala (amandelkern) reageert op emotie en angst en de hippocampus (zeepaardje) wordt in verband gebracht met herinnering en context. Ze spelen een rol bij vroeg kinderlijk seksueel misbruik en ingrijpende oorlogservaringen bij militairen met een posttraumatische stress stoornis.

Het verleden is niet alleen een bron van mooie herinneringen, misère of verdriet. Het is ook een bron van inkomsten. Niet alleen historici verdienen hun boterham aan het verleden. De geestelijke gezondheidszorg vaart er evenzeer wel bij. Waarbij het niet zozeer gaat om de feitelijke gebeurtenissen, maar om hoe mensen het verleden hebben beleefd.

Niet iedereen vindt het verleden boeiend. Sommige mensen willen er niets van weten, zoals psychopaten. Op vragen naar vroeger antwoorden ze geprikkeld met: „Dat is zo lang geleden, hoe kan ik dat nu nog weten.” Anderen fabuleren juist een geheel eigen verleden bij elkaar, met fantastische verhalen en megalomanie, bekend als ‘mythomanie van Dupré’. Met in het verlengde daarvan de afstammingswaan, die voortborduurt op de door Freud beschreven Familienroman. Als kind fantaseren mensen dat ze – zoals Rémy uit Alleen op de wereld – een vondeling zijn of het ondergeschoven kind van adellijke ouders zijn. De afstammingswaan berust op grootheidsgedachten en op het idee dat de wereld in essentie niet te vertrouwen is.

De hamvraag blijft wat het verleden aantrekkelijk én pijnlijk maakt. In het heden speelt het verleden voortdurend mee, het dringt zich op, ook als je er niet om vraagt. Dit geldt niet alleen voor getraumatiseerde mensen zoals Michael Berg: „De lagen van ons leven liggen zo dicht op elkaar dat we in het latere altijd het vroegere tegenkomen, niet als iets dat afgedaan en afgehandeld is, maar actueel en levend. Ik begrijp dat. Desondanks vind ik het soms moeilijk te verdragen. Misschien heb ik ons verhaal toch opgeschreven omdat ik ervan af wilde, ook al kan ik dat niet.”

Je komt niet van je verleden af. Mensen laten hun verleden niet los, omdat ze er tegenstrijdige gevoelens over koesteren. Verlangen en verdriet. Maar ook omdat ze zelf hun verleden zijn.

    • Hans van der Ploeg