Waar is de romantiek van het vuile shirt?

De Spanjaarden gingen gisteren weer voor het perfecte spel, maar maakten slechts vlak voor tijd de winnende treffer tegen Kroatië.

Spanish midfielder Jesus Navas scores during the Euro 2012 football championships match Croatia vs Spain on June 18, 2012 at the Gdansk Arena. AFPPHOTO/ PATRIK STOLLARZ AFP

Redacteur Voetbal

Rotterdam. Matchfixing was weer even het buzzword, gisteren in de aanloop naar de climax in poule C. Omdat een 2-2 tussen Kroatië en Spanje einde toernooi zou betekenen voor Italië, was daar even de vrees dat het misschien wel eens tot een overeenkomst zou kunnen komen.

Want Italië, waar het clubvoetbal momenteel weer een fors omkoopschandaal meemaakt, was toch eerder al eens slachtoffer van onfrisse deals? Als het niet op het WK in 2002 was – toen Zuid-Korea in eigen land na een serie van hele fortuinlijke gebeurtenissen de Azurri uitschakelde – dan toch wel met het ‘Scandinavisch pact’ in 2004. Denemarken en Zweden speelden toen 2-2 in hun onderlinge groepswedstrijd, genoeg voor ‘ciao Italia’ op het EK in Portugal. Uiteraard nooit bewezen.

Het bleek allemaal niet meer dan prietpraat in de voorbeschouwing. Angstige Italianen waren al gerust gesteld door de Spaanse bondscoach Vicente del Bosque. „Ik geloof in schoon voetbal”, zei hij. Beledigend, vond de Spaanse reservespeler Raul Albiol de suggestie van welke afspraak dan ook.

Spanje zuiverde zich gisteravond van de geringste verdachtmaking door het duel tot het eind bloedstollend spannend te houden. Helemaal toen de Kroaat Ivan Rakitic na krap een uur spelen een enorme kans kreeg om wereldkampioen Spanje op achterstand te zetten. De Spaanse machinerie liep gisteravond stroever dan normaal, vooral omdat het wel leek of met name de rechterflank niet gebruikt mocht worden. Alsof het zo moest, ging alles door het midden en dat liep steeds stuk op de muur van rood-wit geblokt.

Het was Spanje nog niet aan te zien geweest dat spits David Villa en aanvoerder Carles Puyol wegens blessureleed ontbreken op dit EK. Het cerebrale gebrei op het middenveld ging namelijk gewoon door. Statistici tuimelen inmiddels over elkaar heen met astronomische waarden over Spaans balbezit, geslaagde passes, hoeveelheid passes, passes naar voren, doelpogingen.

Zo gespeend van emoties is dit hogeschoolvoetbal dat het volgens sommigen niet meer echt leuk is. Er zijn liefhebbers die de bevlogenheid missen bij Spanje. De romantiek van een vuil shirt na een sliding, een keer een duel op wilskracht en niet altijd alles maar alles met binnenkant voet. Niemand bij Spanje stroopt de mouwen op. De bal gaat superieur van voet tot voet.

Maar als je dat spel beheerst, waarom zou je anders doen? Met de snelheid van passing is er geen tijd om je af te vragen welke teamgenoot je de bal ook alweer niet gunt. Bovendien: wie voortdurend de bal heeft, geeft geen voeding aan een nationaal debat over de rol van controleurs op het middenveld. En die hoeft zich ook niet af te vragen of er spelers zijn die zich bij balverlies in dienst van het team wegcijferen. Waterdragers zijn niet nodig als je altijd de bal hebt.

Maar Spanje leek gisteren vastgebakken in zijn eigen ambities voor het perfecte spel. Andres Iniesta die in schietpositie weer kiest voor het steekpassje, vijf minuten na rust. De volledig vrijstaande invaller Cesc Fabregas die een kwartier voor tijd twee schijntrappen maakt in de vijandige zestien, om zijn schot vervolgens geblokkeerd te zien worden.

Pas vijf minuten voor tijd, uiteraard na een zorgvuldige aanvalsopzet, kwam de bevrijding. Fabregas vond met een boogbal Iniesta, die natuurlijk niet zelfzuchtig was en aan Jesús Navas de eer liet.