Senegal: 'Ik geef garantie en betaal stipt mijn btw'

Tijane (38) kocht een ticket naar huis toen zijn vader op sterven lag. Het was eind 2010. Het was niet per se zijn bedoeling in Senegal te blijven. Hij verdiende een goed salaris als gediplomeerd automonteur, in een Ford-garage in Philadelphia, dat hij gretig uitgaf in nachtclubs en striptenten.

Zeventien jaar woonde hij in de Verenigde Staten. Zijn broer en zus wonen er ook. Maar na een paar weken in Senegal kreeg hij zin een eigen zaak op te zetten. „Ik ben een tijdje in een garage gaan werken. Daar leerde ik klanten kennen en zag ik waar je olie en onderdelen kunt kopen.”

Zijn rode gereedschapskist – zijn meest kostbare bezit en zijn favoriete gespreksonderwerp – was toen al onderweg in een container. Tijane peinsde er niet over in Senegal voor een baas werken. „Hell no, man. Ze werken hier met gereedschap dat vijftien jaar achterloopt. Je kunt niet zomaar een sleutel loslaten op elke auto. Je moet écht gereedschap gebruiken, en dat is hartstikke duur. Het heeft me dertien jaar gekost om mijn kist compleet te krijgen. Die ga ik niet meenemen naar een baas.”

Van een afstand lijkt zijn werkplaats in de ongeplaveide steeg waar hij auto’s repareert op duizend andere Senegalese openluchtgarages. Maar hij wist van begin af aan: wie zijn vak verstaat, kan winst draaien. Daarom hield hij vast aan de zakelijke manier van werken die hij kent uit de VS. Hij sluit geen deals, geeft altijd bonnen en „ik betaal stipt mijn btw”.

„Veel mensen verwachtten dat ik zou vertellen wat er mis was met hun auto, waarna ze naar een goedkopere garage gingen. Nu vraag ik dus meteen veertig euro voor een diagnose. Maar ik geef ook garantie. Niet een week, zoals ze hier doen, maar zes maanden. Ik wil tevreden klanten.”

Hij heeft nu vier man in dienst: een secretaresse en drie leerling-monteurs. Zodra hij genoeg heeft gespaard, laat hij een garage bouwen naar Amerikaans model.

Wat hij het meest mist? „Amerika is zo goed georganiseerd, man. Dat is het niveau waar ik naar streef voor mijn mensen.”