Onbegrip en verdriet bij sluiting Leids LAK-theater

Ondanks diverse pogingen het Leidse LAK-theater te redden, moet het deze week sluiten. Theatermakers en toeschouwers treuren in koor. „Ik heb er zo ontzettend vaak bijzondere dingen gezien.”

Op zondag 24 juni valt het doek voor het LAK-theater in Leiden. De Universiteit Leiden, eigenaar van het theater, beschouwt de exploitatie niet meer als haar taak.

Het LAK geldt als een prominent vlakkevloertheater, en een huis voor nieuw toneel en moderne dans. De sluiting heeft geleid tot veel teleurstelling en onbegrip. Boze bezoekers meldden zich bij de kassa en gezelschappen namen ontroerd afscheid. De medewerkers zijn aangeslagen en willen geen commentaar geven. De directeur zit al enige tijd overspannen thuis. Het laatste programmaboekje heeft een zwarte cover.

Tot de vaste bespelers van het LAK behoren theater- en dansgroepen als Orkater, mugmetdegoudentand, Dood Paard, Conny Janssen Danst, Bambie en Laura van Dolron. „Altijd avontuurlijk”, noemt choreografe Beppie Blankert het LAK-theater. „Het publiek keek met een combinatie van ‘Belgisch goed luisteren’ en ‘Nederlands meteen reageren’”, zegt Orkater-directeur Marc van Warmerdam.

Dansgroep Conny Janssen was een van de gezelschappen die voorstellingen aanpasten om in het theater te kunnen staan. Janssen: „Het publiek was zo open en geïnteresseerd dat we ze ook onze grotezaalvoorstellingen niet wilden onthouden. We vermaakten ze zodanig dat we ze ook in het LAK-theater konden spelen.”

De vijftigjarige Jaap Metzlar, een trouwe bezoeker van het LAK, rouwt ook om de sluiting: „Ik heb er zo ontzettend vaak bijzondere dingen gezien. De voorstellingen waren altijd uitdagend en vernieuwend. En achteraf kon je met de makers napraten in het café.”

Bezoeker Vivien Waszink (35) prijst de sfeer in het LAK. „Het is er niet zo gedragen en ouderwets als in de schouwburg, maar veel artistieker en prikkelender.”

Al in 2008 kondigde de universiteit aan dat ze wilde stoppen met het exploiteren van het theater. „We moeten hard bezuinigen en willen daarom het theater niet meer financieren”, verklaart Willem te Beest, collegevoorzitter van de universiteit.

Als reactie werden er reddingsacties op touw gezet. De stad kleurde rood met ‘Het LAK-theater moet blijven’-posters en er kwam een website.

De oprichting van een aparte stichting voor het theater was de eerste reddingspoging die geen soelaas bood. De gemeente Leiden trachtte het theater vervolgens te behouden door het LAK te koppelen aan de Stadsgehoorzaal en de schouwburg. Maar ook dit plan liep spaak. De podia wilden de door de universiteit geëiste baangarantie voor de LAK-medewerkers niet geven. „Het is behoorlijk veel gevraagd”, zegt Bart van Mossel, directeur van de twee zalen. „Onze eigen medewerkers hebben die garantie niet.”

De gemeente was bereid jaarlijks 4,5 ton te betalen voor de exploitatie en eenmalig enkele tonnen bij te dragen aan een garantiefonds voor de LAK-medewerkers. Het bod van Van Mossel was negen medewerkers over te nemen. De universiteit wees dit af. Van de theaterzaal maakt de universiteit een collegezaal.

De Leidse wethouder cultuur Jan-Jaap de Haan vindt het zuur. „Het is onvoorstelbaar dat we er niet uitgekomen zijn.”

De schouwburg en de stadsgehoorzaal van Leiden nemen een aantal voorstellingen over. Voor andere voorstellingen zal een zaal van de Leidse jeugdtheaterschool worden gehuurd.

Vanaf woensdag neemt het LAK-theater vier avonden afscheid. Vertrouwde LAK-artiesten treden op. Zondagmiddag is er een openbaar afscheidsmoment, dat de theaterwebsite aankondigt als een „passend aangeklede bijeenkomst met een drankje en een jankje”.

Willem te Beest van de universiteit zal er niet bij zijn. Wethouder De Haan wel: „Het slotakkoord moet luid klinken.”

    • Joke Beeckmans