'Niemand wil planeet redden'

De Noorse oud-premier Gro Harlem Brundtland zette ‘duurzame ontwikkeling’ op de internationale agenda. „We zetten de toekomst van de planeet op het spel”.

Gro Harlem Brundtland, former prime minister of Norway, attends the "Delhi Sustainable Development Summit" in New Delhi, India, on Friday, Feb. 5, 2010. The Delhi Sustainable Development Summit 2010 brings together business and government leaders for three days in the nation's capital. Photographer: Pankaj Nangia/Bloomberg *** Local Caption *** Gro Harlem Brundtland Bloomberg

Gro Harlem Brundtland weet ook wel dat ‘duurzaamheid’ tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. De Noorse oud-premier zette het woord een kwart eeuw geleden op de agenda in het beroemde rapport Our Common Future. Nu zegt ze in een telefoongesprek: „Er zijn mensen die vinden dat we beter een nieuw concept kunnen bedenken, maar dat zal uiteindelijk net zo goed worden misbruikt.”

Brundtlands rapport vormde in 1992 de basis voor de Earth Summit in Rio de Janeiro, Brazilië, over milieu en duurzame ontwikkeling. Deze week wordt die bijeenkomst herdacht met een nieuwe conferentie, Rio+20, om de milieudoelen te herijken.

Met ‘duurzame ontwikkeling’ verbond Brundtland economische ontwikkeling, milieu en armoedebestrijding. De Verenigde Naties hebben het begrip gedefinieerd als ‘ontwikkeling die voorziet in de behoeftes van nu, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in gevaar te brengen om in hun behoeftes te voorzien’.

Wat is duurzaamheid volgens u?

„Het is het besef dat de natuur grenzen stelt die je niet zonder gevaar kunt overschrijden. We zijn op deze aarde met zoveel mensen, dat we om veilig te kunnen leven ons consumptie- en productiepatroon moeten veranderen. Ieder mens heeft recht op ontwikkeling. Rijke landen kunnen niet van arme landen verwachten dat ze terughoudend zijn in hun streven naar welvaart. Dus moeten we de sociaal-economische verschillen tussen mensen verkleinen. Er is geen alternatief voor een duurzaamheid, er is geen uitstel mogelijk en we komen er niet met alleen technologie.”

U sprak in uw rapport onomwonden over bevolkingsgroei. Dat is nog steeds een gevoelig onderwerp.

„Het is moeilijk om te spreken over schaarste van hulpbronnen zonder de bevolkingsgroei daarbij te betrekken. Daartegen bestaat verzet. Soms van religieuze aard, maar veel vaker gaat het om cultureel verzet van mannen die religie misbruiken om vrouwen te onderdrukken. Ook moeten we beseffen dat kinderen voor arme mensen een oudedagsvoorziening zijn. En vergeet niet dat wij in het Europa tot vijftig jaar geleden ook heel grote gezinnen hadden.”

U wijst, net als veel politici, op de urgentie van duurzame ontwikkeling. Hoe lang is dat geloofwaardig als er intussen zo weinig gebeurt?

„Dat gebrek aan daadkracht is niet alleen de schuld van politici. Het is een vicieuze cirkel. Politici hebben niet genoeg uitgelegd waar het om gaat. Maar mensen hebben ook onvoldoende geluisterd. Duurzaamheid is niet alleen voor regeringsleiders. Als zij alleen aandacht hebben voor de korte termijn, dan is dat omdat ze leven in een maatschappij waar de korte termijn het wint van de lange termijn. Anders zouden we die leiders bij de volgende verkiezingen wel naar huis sturen.

„Duurzame ontwikkeling vraagt om moedige bestuurders, die bereid zijn de regels van de economie te veranderen. Op dit moment kijken de leiders naar elkaar en wachten af. Dat is een gevaarlijk spel met de toekomst van de planeet als inzet.”

Uw rapport heette ‘Our Common Future’. De slotverklaring van Rio+20 moet ‘The Future We Want’ gaan heten. Had u deze toekomst voor ogen?

„Nee, zeker niet. We reageren nog steeds te laat en te langzaam op veranderingen. Dat zag je ook weer in de aanloop naar Rio+20. De onderhandelingen verlopen zo moeizaam. Als we niet oppassen wordt Rio+20 een Rio-min-20, met een akkoord dat zwakker is dan waar we nu mee werken.”

Wanneer is Rio+20 een succes?

„Als duurzaamheid wordt toegevoegd aan de millenniumdoelstellingen [concrete, meetbare afspraken over toegang tot onderwijs, schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen, het bestrijden van honger en kindersterfte, red.]. En als de instellingen van de Verenigde Naties die zich met dat thema bezighouden, worden versterkt. Alleen dan kunnen betrokkenen, landen en grote bedrijven, ter verantwoording worden geroepen. Alleen dan kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich aan de afspraken houdt.”