Maak van Hedwigepolder alsjeblieft geen Gazastrook

Ik ben een trotse Zeeuw, maar ik ben niet trots op het jarenlange gehannes met de Hedwigepolder. Die moet zo snel mogelijk onder water.

Nog even en de Hedwigepolder is de Gazastrook van de Benelux. Wel ontpolderen, niet ontpolderen. Een stukje ontpolderen. Iets anders ontpolderen. In alle gevallen draait de Nederlandse regering – ons aan onze afspraken houden lijkt een onmogelijke opgave. Wie erbij gebaat is, bij al dat draaien? Niemand. Als Henk Bleker echt eerlijk en helder is, laat hij de polder vandaag nog onder water zetten. Om de schade te beperken.

In 2005: toen was alles pas eerlijk en helder. Na zes jaar onderhandelen tekenden Nederland en Vlaanderen gezamenlijk vier Scheldeverdragen. Samengevat stond hierin het volgende: de Westerschelde zou regelmatig uitgediept worden om ervoor te zorgen dat de Antwerpse haven bereikbaar blijft voor grote schepen. Omdat dit schade aanricht aan de natuur, zou ter compensatie een klein stukje platteland op de grens tussen Nederland en Vlaanderen ontpolderd worden. Kosten? Dertig miljoen. Maar: hoewel het grootste deel van de polder op Nederlands grondgebied ligt, zou België het meest betalen, 20 miljoen. Simpele zaak dus, zou je zeggen. Het is logisch dat als je ergens schade aanricht, dat je dat ergens anders compenseert. En als de Belgen dat dan ook nog eens betalen…

De Eerste Kamer dacht daar echter anders over. Nadat in 2007 de Tweede Kamer de plannen eindelijk goedkeurde, was het Eerste Kamer die roet in het eten gooide en niet akkoord ging. Ook onze toenmalige minister-president Balkenende heeft zich als echte Zeeuw jarenlang verzet tegen de ontpoldering. De Belgen zijn ons goedgezind geweest en hebben ons een aantal maanden gegeven om alternatieven te zoeken. Uiteindelijk bleken er geen geschikte andere opties te zijn en gaf ook Balkenende zich gewonnen. De discussie leek eindelijk gesloten.

Totdat er in 2010 opnieuw verkiezingen kwamen en de heer Henk Bleker het op de een of andere manier voor elkaar kreeg staatssecretaris van Landbouw te worden. Januari 2011 bracht hij een bezoek aan de Hedwigepolder, waar hij blijkbaar zo onder de indruk was van de bijzondere… eh… grassprieten, de akkerbouw en de paar dijken, dat ook hij besloot om zijn hakken in het Zeeuwse zand te zetten. De Hedwigepolder zou onder geen beding onder water komen te staan. Hij zou daar, als een soort superman, hoogstpersoonlijk voor zorgen door met een goed alternatief te komen. Het kan u allen niet ontgaan zijn dat hij daarin niet is geslaagd.

Na zeven jaar is de discussie nog steeds niet afgerond. Hoewel er simpelweg geen goede alternatieven zijn, blijft Nederland weigeren te ontpolderen, waardoor de Belgen in de problemen komen met de vergunningen om de Westerschelde uit te diepen. Verwacht wordt dat de Antwerpse haven door de Nederlandse koppigheid miljoenen verlies gaat lijden: en wie mogen dat gaan betalen? Wij.

Op dit moment is België het zat. En terecht. Net als de Europese Unie, die is het ook zat. En terecht. Het verdrag is na jarenlang diep nadenken en scherp onderhandelen gesloten tussen de regeringsleiders van de twee buurlanden. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt. Als je op de ene plek natuur vernietigt, moet je dat ergens anders compenseren. België en Nederland zouden daar allebei aan bijdragen. Dat Nederland zich vervolgens niet aan haar afspraken houdt, is onbegrijpelijk en ontzettend dom. Niet alleen ten opzichte van België, maar ten opzichte van de hele wereld. Wie wil immers onderhandelen met een onbetrouwbare partner?

Inmiddels is de discussie over de Hedwigepolder allang geen discussie meer op basis van inhoudelijke argumenten. Het gaat over kiezers, over emoties. Het gaat over trots. Het verdrag is gepolitiseerd en dat had niet mogen gebeuren.

Deze bezigheidstherapie voor politici mag nu wel eens klaar zijn. Het niet nakomen van de eigen afspraken, het dwarszitten van de Belgen, het frustreren van een besluit dat allang genomen was, gaat op deze manier leiden tot strenge Europese sancties, een enorme Belgische schadeclaim en over de hele wereld een zeer slechte Nederlandse reputatie.

Ik ben ook Zeeuw, en ik ben ook trots. Ik ben trots op onze historie van ontpolderen, op het van de zee gewonnen land. Maar ik wil dat ook blijven. Ik wil met trots kunnen blijven zeggen: wij doen wat het beste is voor onze provincie. Wij zijn niet alleen dijken- maar ook bruggenbouwers. Wij kunnen samenwerken en ons vervolgens ook aan onze afspraken houden.

In het geval van de Hedwigepolder deel ik daarom voor één keer de ideologie van extreem-rechts: het beste voor Nederland... is volledig blank.