LALALA, ouderen

Als het op ouder worden aankomt, reageren mensen min of meer hysterisch. Feestvarkens worden op hun dertigste verjaardag door vrienden zo ongeveer gecondoleerd, begeleid door een ingeleefd: „En? Hoe voel je je?” waarop het antwoord dan ook nog iets is als: „Ja, gister was het wel even zwaar weet je wel, maar vandaag denk ik: ach, het gáát wel” – alsof de recente amputatie van een kleine teen wordt besproken. Vriendinnen roepen bij een eerste grijze haar: „Het gebeurt! Het gebeurt! Alles gaat kapot en het WORDT NOOIT MEER ZOALS HET WAS!”, waarna ze met een theemok vol wodka melancholisch Facebookfoto’s van een week geleden gaan bekijken.

En ik ontdekte dat ook de Nederlandse taal niet meewerkt – wat me geen toeval lijkt. In het boek waar ik nu aan werk, gaat elk hoofdstuk over een levensfase, wat uiteindelijk dit probleem opleverde: kinderen, jongeren, volwassenen, LALALA, ouderen. Er blijkt geen normaal, algeheel geaccepteerd woord voor de fase tussen volwassenen en ouderen te bestaan. (‘Lalala’ zou overigens direct mijn goedkeuring krijgen, maar ik ben bang dat het toch voor te veel verwarring zou zorgen.)

Het is de fase waarin mensen minder of niet meer werken, er tijd is voor safari’s of kleinkinderen en er volgens de reclame speciale boter gegeten moet worden. Ik heb het voorgelegd aan mensen uit deze groep, en dan blijkt dat met elke optie wel iets mis is, en dat is meestal „Sorry, maar wie noem je hier precies oud? Zou je dat even kunnen terugnemen? Ik heb toevallig net mijn vijfde taekwondo-les gehad, juffie.”

Zo is er 65+, wat klinkt als ‘roze strippenkaart’, wat klinkt als ‘oud’. Er is gepensioneerd, wat klinkt als ‘elke dag thuiszitten terwijl de maatschappij je enkel nog beschouwt als een soort luie Pacman die vanaf de bank ons geld opeet.’ Er is pensionada’s, wat klinkt als ‘enigszins louche feestvierders in Mallorca met bierbuiken en spiegelzonnebrillen op’. Er is senioren, wat ook gebruikt wordt voor mensen die ouder zijn en dus best kan voorkomen in een reclame voor aanleunwoningen.

En dan zijn er nog de benoemingen waaraan duidelijk de gedachte ten grondslag lag: „O jee! Ouder worden, superdupervervelend! Laten we er snel iets verzachtends voor verzinnen.” Zoals ‘young at spirit’ of ‘in leeftijd gevorderden’. De Fransen hebben er wel iets chics op bedacht: ‘le troisième âge’ – geen lalala maar olala.

Toch werkt het in het Nederlands minder: ‘deel drie’ klinkt dan toch als Jaws 3: iets wat beter niet gemaakt had kunnen worden. In het rijtje kinderen-jongeren-volwassenen-ouderen valt zo’n term in ieder geval op. We hebben een goed, neutraal alternatief nodig – en moeten tegelijkertijd ophouden met die hysterie.

We hebben voor het boek uiteindelijk gekozen voor de term ‘senioren’. Ik hou me aanbevolen voor suggesties.

    • Renske de Greef