Kosjere slagerij naar de rechter

De kosjere slagerij Marcus in Amsterdam wil via de rechter verhinderen dat het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten wordt uitgevoerd. Dat zegt Herman Loonstein, advocaat van het bedrijf. De slagerij noemt het akkoord tussen staatssecretaris van Landbouw Henk Bleker en religieuze organisaties „een fopspeen”.

Nadat de Tweede Kamer vorig jaar akkoord was gegaan met een verbod op de onverdoofde rituele slacht, stemde een meerderheid van de senatoren tegen. Bleker beloofde daarop te onderzoeken of het dierenwelzijn bij de onbedwelmde slacht kon worden verbeterd.

Slagerij Marcus is de enige kosjere slagerij in Nederland. Veel joden kopen er hun vlees, dat wordt geleverd door het slachthuis. Volgens Loonstein kan zijn cliënt door de „onwerkbare overeenkomst” geen vlees meer verkopen. „In het convenant staat bijvoorbeeld dat binnen 40 seconden moet worden beslist of het dier een ‘oprichtingsreflex’ heeft. Dat kun je niet beoordelen als het op z’n rug in de fixatiebox ligt – een van de bepalingen in het akkoord.”

Ook rabbijnen hebben moeite met de afspraken die in het convenant zijn gemaakt. In een recente uitspraak van de rabbinale rechtbank van de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS) stellen Aryeh Ralbag, Eliezer Wolff en Raphael Evers dat het akkoord buiten hun medeweten en tegen hun wil is gesloten. Op termijn kan het volgens hen leiden tot het einde van de kosjere slacht in Nederland.

Vanmiddag stemt de Eerste Kamer over een verbod op onverdoofd ritueel slachten.