Kille kalmte in Europa

Dat een Griekse eurocrisis is afgewend lijkt goed nieuws. Maar de mist over de toekomst van de eurozone is nog niet opgetrokken.

Economisch commentator

AMSTERDAM. Als het stadionpubliek juicht dan weet je als speler waar je aan toe bent, als er een luid boegeroep klinkt ook. Maar wat als er een kille kalmte neerdaalt over de tribunes?

Terwijl de centrale banken en andere financiële autoriteiten zich afgelopen weekeinde schrap zetten voor een Armageddon voor het geval de Griekse verkiezingen in het voordeel van de linke Syriza-partij zouden uitvallen, ging de eurocrisis op de financiële markten maandagochtend gewoon door.

Volgende stop: Madrid. Bankaandelen gingen eerst wat omhoog, de euro veerde iets op. Maar de Spaanse rente liep al snel op tot het hoogste peil in de geschiedenis van de eurozone. Van regelrechte paniek was geen sprake, maar er is geen opluchting over het feit dat de Nieuwe Democratie zondag de Griekse verkiezingen won, en er nu met de socialistische Pasok een stabiele regering kan worden gevormd die de Europese bezuinigingsopdrachten uitvoert. Geen blijdschap ook over Frankrijk, waar de socialisten van president Hollande een meerderheid in het parlement wonnen, hetgeen hem de slagkracht geeft om zonder al te veel ruggespraak de eurocrisis te lijf te gaan.

Het feit dat een rampscenario is afgewend, betekent alleen maar dat de eurolanden kunnen doorgaan op de ingeslagen weg. Maar waar die naartoe leidt? Op basis van de afgelopen twee jaar kun je gokken: het wordt voortmodderen 2.0, een verlenging van de martelgang van politieke klifhanger naar marktcrisis en terug, terwijl de economie verbrokkelt onder een radicaliserend electoraat.

Van de G20-top in Mexico gisteren en vandaag mogen geen wonderen worden verwacht. Opkomende landen als Brazilië en China zullen hun hart luchten over Europa’s besluiteloosheid, de VS zijn goeddeels verlamd door de verkiezingen in november. De Europese landen zullen zich sterk maken voor een vergroting van de slagkracht van het Internationale Monetaire Fonds met 340 miljard euro – een bedrag dat grotendeels moet worden opgehoest door de grootste aandeelhouders: de eurolanden. Zij betalen dus ten bate van zichzelf.

De G20-top dreigt te worden meegezogen in het voortmodderscenario, waarna de aandacht verschuift naar de Europese top eind volgende week. Griekenland heeft twee maanden stilgestaan en is ver achterop geraakt met de bezuinigingen. Een nieuwe regering zal betere voorwaarden bedingen – en die waarschijnlijk ook krijgen. De Franse president Hollande pleit inmiddels voor een Europees investeringsinitiatief van 120 miljard euro. Geld dat vooral uit ‘onderbenutting’ van Brusselse fondsen moet worden gehaald. EU-president Van Rompuy zinspeelt op eurobonds-light: gemeenschappelijke staatsleningen.

Geen van deze initiatieven raakt echt aan de discussie over de heilige drie-eenheid waar de eurozone hoe dan ook op afstevent: bankenunie, begrotingsunie, politieke unie. Het begint er op te lijken dat er een echte, acute crisis nodig is om dat proces vlot te trekken. En dat leidt tot de vraag-die-niet-gesteld-mag-worden: was het misschien beter geweest als Syriza de verkiezingen in Griekenland gisteren wél had gewonnen?

Misschien, maar reken erop dat de acute fase vanzelf komt. Met de omhoog sluipende rentes van Spanje kondigde het volgende bedrijf zich vanmorgen al weer aan.