Internetsensatie is nog niet klaar voor het podium

Hip hop

Concert: A$AP Rocky

Gehoord: 15/6, Paradiso, Amsterdam **

Een stopwoordje van Rakim ‘A$AP Rocky’ Mayers (23), is ‘swag’; straattaal voor een trotse, zelfverzekerde uitstraling. Hij heeft als belangrijkste opkomende rapper van dit moment ook veel om trots op te zijn. Zijn sterke mixtape LiveLoveA$AP leverde hem en zijn crew A$AP Mob een deal op bij platenmaatschappij Sony Music van drie miljoen dollar.

Maar de grote nieuwe hiphopbelofte moet ook nog veel leren, dat bleek vrijdagavond op het podium van Paradiso. Op zijn tape laat A$AP Rocky zijn woorden op een gerekte, ontspannen wijze samenvloeien met de beat. Maar op het podium blijft van die frisse rapstijl nauwelijks iets over. Nummers als ‘Purple Swag’, ‘Peso’ en ‘Get Lit’ zijn op plaat geweldig, maar de live-uitvoering is ronduit abominabel.

De twintiger uit Harlem, New York, is al buiten adem aan het begin van zijn concert. Hij haalt bijna bij geen enkele zin het einde en heeft zijn stem en adem niet onder controle – toch een basisvoorwaarde voor een rapper. De jonge artiest schreeuwt zijn halve zinnen in de microfoon; de dj zorgt voor zijwieltjes en draait synchroon de veel relaxtere raps af zoals die op plaat staan.

A$AP Rocky is een charismatische hiphopster vol energie. Hij springt het publiek in en heeft stevig stuiterende, heerlijke beats bij zich die de zaal laten kolken. Maar hij lijdt aan een probleem dat vaker de kop opsteekt bij internetsensaties: ze zijn simpelweg nog niet klaar voor het podium, maar al wel populair genoeg om wereldwijd op te treden. Paradiso was vrijdag uitverkocht.

Deze internetsupersterren leren het vak in het volle licht van de schijnwerpers, op grote festivals en in volgepakte zalen. Naarmate de stem van A$AP Rocky wat opwarmde, was een glimp te horen van een meer gecontroleerde stijl die hij in de toekomst vast verder zal verfijnen. Maar op dit moment is A$AP Rocky een fantastische studiorapper die nog een flink maatje te klein is voor het livecircuit.

    • Saul van Stapele