Hogeropgeleide krijgt betere zorg bij kanker

Kankerpatiënten met een goede opleiding en een bovengemiddeld inkomen krijgen in Nederland intesievere zorg en overleven langer. Dat concludeert epidemioloog Mieke Aarts van het Interregionaal Kankercentrum Zuid in Eindhoven. Aarts promoveert vandaag in Rotterdam op dit onderzoek.

Gerekend over alle soorten tumoren is van de mannen bovenaan de maatschappelijke ladder na vijf jaar de helft nog in leven; onderaan nog slechts eenderde. „Een behoorlijk verschil”, vindt Aarts.

Uit internationaal onderzoek was al bekend dat mensen met een lagere sociaal-economische status door hun leefstijl (meer roken, slechtere voeding, minder bewegen) over het algemeen een slechtere gezondheid hebben. „Maar dat ze daarbovenop ook andere zorg krijgen, was een onverwachte uitkomst in Nederland, waar iedereen gelijke rechten heeft op gezondheidszorg”, zegt Aarts.

Uit het onderzoek blijkt dat patiënten met een hogere sociaal-economische status vaker een behandeling krijgen die was gericht op genezing. Ze kozen vaker voor een experimentele behandeling en deden vaker mee aan bevolkingsonderzoeken, waardoor kanker bij hen in een vroeger stadium ontdekt werd. Het verschil tussen de twee groepen schrijft Aarts onder andere toe aan het feit dat mensen met een hoge sociaal-economische status medische informatie beter kunnen begrijpen en makkelijker praten met een arts.

Huisartsen kunnen een rol spelen bij het verkleinen van de verschillen, vooral omdat zij mensen met een lage sociaal-economische status regelmatig zien doordat deze groep vaker ziek is.

Daarnaast zou Aarts het „geen gek idee” vinden om hen bij doorverwijzen voorrang te geven.