Gehandicaptenseks

Filosoof, schrijver en tv-maker Stine Jensen schrijft elke dinsdag over media, populaire cultuur en hypes.

Het kan geen toeval zijn dat de twee meest memorabele filmseksscènes van dit jaar gehandicaptenseks betreffen. In Intouchables verkent een prostituee al likkend en blazend het oor van een verlamde. Een grappige, opwindende scène die het oor als erogene zone weer eens flink onder de aandacht brengt.

In De rouille et d’os gaat het om een potje seks met een vrouw zonder benen. De minnaar in kwestie wordt er niet voor betaald. Hij gaat trouwens niet zachtzinnig met haar om. Sterker nog, hij duwt ruw haar halve benen nog wat verder omhoog. Ook die seks is spannend. Beide films suggereren dat de gehandicapte zijn menselijke waardigheid via seks herovert. Heel even zijn ze ‘normale mensen’, heel even vergeten ze wat er met ze aan de hand is. De minnaar en de prostituee gaan niet vol medelijden met ze om.

Op de seks kom ik terug. Maar eerst: zou het toeval zijn dat twee recente grote kassuccessen over gehandicapten gaan? Ik denk van niet. In een wereld die geobsedeerd is met wat ‘echt’ is, is de gehandicapte een figuur van echtheid. Echt is niet het tegenovergestelde van ‘nep’. ‘Echt’ betekent: ‘zonder opties’. Het leven wordt pas echt als je geen keuzes meer hebt, als je oud, ziek of arm wordt. Als je wordt teruggeworpen op de oerstaat, als je alleen nog je lichaam hebt. Echt is bijvoorbeeld wanneer je je bewegingsvrijheid verliest en je geen kant meer op kunt en anderen om hulp moet gaan vragen. Echt is gehandicapt zijn.

In De rouille et d’os ervaren alle personages hun leven in termen van beperkingen. De mooie vrouw (Marion Cotillard) zit in een slechte relatie met een man die haar beperkingen oplegt. We zien hoe ze overdag grote orka’s traint in een show – hier is zij de baas. De dieren zijn echt: ze vallen haar aan, ze verliest haar benen. Ze krijgt een vriendje dat van vechten houdt en permanent geld tekort komt. Geldgebrek maakt het leven ook echter. We zijn ineens in Fight Club beland – vechten met je blote vuisten tegen echte mannen en daar veel bij voelen, is echt. Aan het eind van de film slaat hij (Matthias Schoenaerts) zijn handen tot bloedens toe kapot om zijn zoontje te redden. Hij zit nu zonder handen, zij zonder benen. Samen kunnen ze één zijn in positieve zin: zij heeft armen, hij benen. Dat lijkt te veel, maar als kijker slik je het allemaal voor helende zoete koek.

Ik was ontroerd en dacht: godallemachtig, échter kan het leven niet worden, zonder geld, zonder handen, zonder benen. En toch wringt er iets. Daarvoor moet ik terug naar de seks. Tijdens de vrijpartij kijken we uitgebreid naar haar geamputeerde benen. Zo uitgebreid en lang mogen we kijken dat het een fetisj wordt en je ineens denkt: wat is dit goed getruukt – Oscar voor special effects! De échte actrice heeft natuurlijk gewoon een stel mooie benen. Zij kan lopen, over die rode loper om die Oscar voor de Beste Buitenlandse film in ontvangst te nemen. En als zij het niet doet, dan die mooie man uit Intouchables wel. Nu wil ik niet beweren dat alleen gehandicapten gehandicapten mogen spelen, maar er was een tijd dat we vonden dat blanken geen negers mochten spelen.

En misschien is dat wat zowel wringt als fascineert: via film doen we surrogaatervaringen op over het leven van echte mensen. Dat echte leven wordt het meest invoelbaar als we staren naar gehandicaptenseks.