opinie

    • Hans Beerekamp

Fassbinder na dertig jaar

Uit het portret ‘Il était une fois Le mariage de Maria Braun’ (ARTE).

Op 10 juni was het dertig jaar geleden dat film- en theaterregisseur Rainer Werner Fassbinder (37) overleed aan een permanente cocktail van alcohol, cocaïne en pep. Zijn devies luidde: „Slapen kan ik als ik dood ben.” Dus maakte hij in dertien jaar 42 lange speelfilms en vele televisieproducties, in een ongeëvenaarde explosie van creativiteit.

Ik weet niet of die films nog veel bekeken worden, maar ik heb de indruk van niet. Als ik nu een scène zie, herinner ik me aarzelend de naam van elke acteur uit het vaste ensemble, Destijds zagen we alles van Fassbinder, in filmhuis, festival of bioscoop, maar in eerste instantie bij de VPRO.

ARTE laat deze weken de bekendste films nog eens zien. Gisteren vertoonde de Frans-Duitse zender ook een recent Frans documentair portret van Fassbinders bekendste film, Die Ehe der Maria Braun (1978). Het is een deel van een serie waarin filmklassiekers worden geplaatst in de tijd dat ze tot stand kwamen. In dit geval kijken hoofdrolspeelster Hanna Schygulla (68), vele andere medewerkers van Fassbinder en toenmalig politiek activist Daniel Cohn-Bendit terug op het fenomenale succes van de film.

De film begint met de Duitse nederlaag in 1945 en eindigt met het eerste wereldkampioenschap voetbal dat het West-Duitse nationale team in 1954 in Bern behaalt. Maria (Schygulla) start als Trümmerfrau (puinruimster) tussen de ruïnes en schopt het als ‘Mata Hari van het Wirtschaftswunder’ tot succesrijk zakenvrouw.

Fassbinder, die zei dat hij niet met bommen maar met films smeet, legde in de film de verwevenheid bloot van kopstukken uit het naziverleden met de economische groeisprint. Tot haar verbazing, meent Schygulla nu, werd haar personage door het publiek zeer sympathiek gevonden.

Ze belichaamde immers ook de persoonlijke emancipatie en het doorbreken van schijnheilige beperkingen voor vrouwen. Het moralisme in Fassbinders films was namelijk nooit eenduidig: in Deutschland im Herbst klaagde hij de behandeling van RAF-terroristen door de staat aan, in Die dritte Generation schilderde hij die fanatici van links af als schertsfiguren.

Het had ook te maken met Fassbinders eigen ambivalentie: hij was prominent vertegenwoordiger van de avant-garde, maar adoreerde Hollywood. Die Ehe der Maria Braun was zowel in de vormgeving als het verhaal nauwgezet gemodelleerd naar A Time to Live and a Time to Die (1958) van zijn vriend en voorbeeld Douglas Sirk, koning van het melodrama en in een eerder leven de regisseur van UFA-vehikels voor Zarah Leander.

Zijn er nog zulke ongrijpbare filmmakers als Fassbinder? François Ozon misschien, maar die is minder productief en niet zo boos. De tijd is rijp voor een revival.

    • Hans Beerekamp