Elke dag telt in eurocrisis

Soms leveren rare regels iets op. De potsierlijke norm in Griekenland dat de burger opnieuw naar de stembus moet als er na verkiezingen geen regering kan worden gevormd, heeft gisteren geleid tot een iets overzichtelijker politiek landschap in de Vouli, het Griekse parlement.

Omdat de conservatieve Nieuwe Democratie (ND) de tweestrijd met de Coalitie van Radicaal Links (Syriza) op het nippertje met 3 procentpunt won en daardoor 50 bonuszetels in het parlement in de schoot kreeg geworpen – ook zo’n onbegrijpelijke regel, die voortkomt uit angst voor de communistische KKE – kan er nu een regering aantreden die de bezuinigingsopdrachten van de eurozone gaat uitvoeren.

In de andere eurolanden slaakte men een zuchtje van verlichting. Maar dat wil niet zeggen dat de nieuwe Griekse regering stabiel zal zijn, laat staan dat ze de maatschappij snel kan hervormen. Net als na de mislukte verkiezingen in mei moet partijleider Samaras van ND een coalitie sluiten met de socialistische aartsrivaal Pa-sok, die is vermalen door de scherpe polarisatie tussen links en rechts.

Hoewel zowel Samaras als Pasokleider Venizelos heeft geroepen dat er geen tijd meer is voor „politieke spelletjes”, zullen die toch gespeeld worden. Samaras deed dat toen Pa-sok-premier Papandreou eind vorig jaar wankelde en wederom in mei, door geen serieuze poging te doen om een ‘grote coalitie’ te formeren. Ook Venizelos zal het spel spelen, omdat Griekse politici niet anders kunnen én om te voorkomen dat Syriza straks het alleenrecht op links krijgt.

Maar zelfs als ND en Pasok, bij wijze van concessie jegens Venizelos al dan niet aangevuld met de kleinere pro-europartij Democratisch Links, elkaar snel vinden, dan nog is de crisis niet opgelost. De hervormingen die Samaras moet doorvoeren, zijn in de Griekse context revolutionair. Het verzet daartegen van radicaal links, dat vooral de jeugd aanspreekt en energiek de straat op kan gaan, laat zich niet zomaar smoren.

Het had erger kunnen uitpakken, maar de verkiezingen van gisteren hebben deze toestand niet wezenlijk veranderd. Het Griekse probleem ligt onverminderd op het bord van de andere eurolanden. Vooral van Duitsland dat ook nog extra rekening moet houden met de nieuwe Franse president Hollande die het begrotingspact wil wijzigen en daarvoor sinds gisteren een meerderheid in de Assemblée Nationale heeft.

De eurocrisis blijft zo een strijd op twee fronten. Er is een monetair front dat zich uitstrekt van Griekenland tot Spanje. En er is een politiek front waar Duitsland en Frankrijk moeten zoeken naar een voor beide naties aanvaardbaar model voor een politieke unie. Over anderhalve week presenteert ‘president’ Van Rompuy van de Europese Raad zijn eerste concept. Het moet eigenlijk ook het laatste concept zijn. Intussen moet Griekenland alvast wat lucht krijgen van Brussel. Elke dag telt nu.