Een wc als mensenrecht

Zo’n 2,5 miljard mensen hebben volgens de VN geen toegang tot goede toiletten. De economische en sociale schade die dit tot gevolg heeft, loopt in de miljarden. Maar het probleem wordt onderschat.

Redacteur Klimaat

De pretoogjes van Gopal Dongol kunnen niet verhullen dat hij zich ongemakkelijk voelt als hij op de foto gaat. De Nepalese boer uit het dorp Khokana inspecteert een aardappel, maar om hem heen wordt gegniffeld. De aardappel komt van een veld dat is bemest met ontlasting van de dorpsbewoners.

De foto staat in een rapport over het effect van urine op de productiviteit van de landbouw. De poep en pies van de bewoners van Khokana wordt nu met behulp van speciale wc’s verwerkt tot compost. Toen ze die wc’s nog niet hadden, zochten de dorpsbewoners een plek in de openlucht om hun behoefte te doen. De mest ging toen verloren; dit is beter.

Vanaf morgen wordt aan de andere kant van de wereld, in Rio de Janeiro, drie dagen vergaderd over het internationale milieubeleid. Behalve tientallen staatshoofden, ministers en ambtelijke delegaties zullen milieuorganisaties, multinationals, belangengroepen en wetenschappers – bij elkaar zo’n 50.000 mensen – zich buigen over The Future we want (‘de toekomst die we willen’). Zo zal de titel van het slotdocument luiden. Twintig jaar na de Earth Summit in Rio zullen op de nieuwe conferentie Rio+20 opnieuw grote woorden en goede bedoelingen klinken, over duurzaamheid, bescherming van biodiversiteit, een ‘groene’ economie en over sanitaire voorzieningen.

Het Nepalese dorp Khokana is een gunstig voorbeeld uit de praktijk. Er zijn veel landen zoals Nepal, waar het platteland en de sloppenwijken van de steden amper sanitaire voorzieningen kennen. Vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, maar ook in Pakistan, Afghanistan, India, Zuidoost-Azië, het Russische platteland en in sommige landen in Latijns-Amerika.

De Nederlandse kroonprins Willem-Alexander was enigszins beschaamd over het toiletpotwerpen waar hij op Koninginnedag aan meedeed, en hij wees er een paar weken geleden op dat volgens de Verenigde Naties 2,5 miljard mensen wereldwijd niet beschikken over een werkend toilet. Van hen heeft 1,1 miljard zelfs geen enkele voorziening. Op het platteland zoek je maar een plek tussen de struiken, achter een boom, langs een rivier of in een rijstveld. In sloppenwijken behelp je je met een plastic zak die in het beste geval op de afvalberg verdwijnt.

De betrokkenen zelf vinden dat vaak niet zo erg, ze missen zo’n wc vaak helemaal niet. Ook de bewoners van Khokana in Nepal moesten erg wennen aan hun latrines, en niet alleen omdat die ecologisch verantwoord waren. Er zijn verhalen van Indiërs die weigerden hun nieuwe, kraakheldere appartementen te betrekken, omdat er – heel onsmakelijk! – binnenshuis een hokje was om te poepen.

En in een afgelegen gehucht op het platteland in Nigeria moesten ze niets hebben van de wc’s die de autoriteiten wilden aanleggen. Je uitwerpselen verheerlijken door er een hutje voor te bouwen, zoiets doe je niet. Pas toen het dorpshoofd dreigde te worden gearresteerd, gingen de bewoners akkoord. Er werden drie latrines gebouwd, maar niemand gebruikte ze.

Het is geen toeval dat er wereldwijd veel meer mensen zijn met een mobiele telefoon, dan met een wc. Als mensen kunnen kiezen, willen ze elektriciteit in huis en niet een toilet. Want een poepveldje is altijd wel ergens te vinden, en elektriciteit niet.

Zo simpel is het niet. Het Water and Sanitation Program (WSP) van de Wereldbank noemt het ontbreken van sanitaire voorzieningen een ernstige belemmering voor de groei van welvaart en economie.

De grootste schade wordt veroorzaakt door ziektes die het gevolg zijn van gebrekkige sanitaire voorzieningen en onvoldoende aandacht voor hygiëne. Diarree, in rijke landen vaak niet meer dan een hinderlijke virusinfectie, eist in ontwikkelingslanden ieder jaar 1,7 miljoen mensenlevens, veelal jonge kinderen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO sterven in Afrika per uur 115 mensen aan ziektes door vervuild drinkwater – behalve diarree ook cholera, dysenterie, tyfus en hepatitis A. En heel vaak is die vervuiling het gevolg van het ontbreken van sanitaire voorzieningen. Zo is de rivier de Ganges behalve een bron van drinkwater voor een half miljard mensen ook een open riool, waarin per minuut ruim een miljoen liter ongezuiverd afvalwater wordt gedumpt. En dan te bedenken, schrijft de WHO, dat één gram poep tien miljoen virussen, één miljoen bacteriën, duizend parasieten en 100 wormeneieren kan bevatten.

De economische schade blijft echter niet beperkt tot ziektes. Wie geen wc heeft, is veel tijd kwijt (bij elkaar opgeteld twee tot drie dagen per jaar) met het vinden van een beschutte plek om zijn behoefte te doen. Vrouwen worden tijdens die zoektocht bovendien gemakkelijk het slachtoffer van verkrachting – juist omdat ze een plaats zoeken waar ze niet gezien worden. Veel meisjes gaan als ze ongesteld zijn niet naar school als daar geen wc is. Daardoor lopen ze geleidelijk aan een onoverbrugbare achterstand op, met als risico dat ze uiteindelijk helemaal niet meer naar school gaan – terwijl onderzoek laat zien dat een daling van het analfabetisme onder vrouwen met 10 procent een stijging van het bnp met 0,3 procentpunt betekent.

Uit een onderzoek van de Wereldbank in achttien van de armste Afrikaanse landen blijkt dat die jaarlijks 4,3 miljard euro aan inkomsten mislopen door gebrekkige sanitaire voorzieningen. Pakistan verliest ieder jaar 4,5 miljard euro en India ongeveer 50 miljard. Afhankelijk van het land betekent dat een verlies van 1,1 tot 3,9 procent van het bruto binnenlands product. Iedere euro die wordt geïnvesteerd in wc’s levert volgens de Wereldbank zo’n zeven euro op (ter vergelijking: het rendement van een investering in schoon drinkwater is ruim drie euro per geïnvesteerde euro).

En er zijn ook indirecte voordelen, zegt Carolien van der Voorden van de WSSCC, waarin verschillende organisaties op het gebied van schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen samenwerken. „Of het nu gaat om het bouwen van een ziekenhuis of om een investering in de kwaliteit van het onderwijs, verbetering van sanitaire voorzieningen versterkt de effectiviteit van ontwikkelingshulp”. Dat past uitstekend in de Verklaring van Rio over milieu en ontwikkeling, het slotdocument van de grote Earth Summit in 1992, die een ijkpunt werd voor het internationale milieubeleid. In dat document wordt armoedebestrijding een voorwaarde genoemd voor duurzame ontwikkeling.

Daarom is het zo opmerkelijk dat het belang van goede sanitaire voorzieningen vaak wordt onderschat. Volgens Carolien van der Voorden heeft dat veel te maken met gêne. Poep en pies zijn geen gemakkelijk gespreksonderwerp. Plattelandsbewoners willen er vaak niet over praten en politici en beleidsmakers in ontwikkelingslanden kunnen erniet mee scoren.

Organisaties als de WSSCC spelen tegenwoordig in op dat gevoel van schaamte bij de lokale bevolking. In het verleden werd nadruk gelegd op de gezondheidsaspecten van gebrekkige voorzieningen, vertelt Van der Voorden, maar dat leidt zelden tot gedragsverandering – anders zouden veel rokers ook al lang zijn gestopt. Projecten werden nogal eens van bovenaf georganiseerd, in de veronderstelling dat de betrokkenen vanzelf de voordelen zouden inzien. Tegenwoordig worden dorpelingen er veel meer bij betrokken. Ze wandelen samen langs plekken waar ze hun behoefte doen, mogen uitrekenen hoeveel poep ze dagelijks verspreiden en worden uitgedaagd om een slok water te drinken uit een glas waarin is geroerd met een haartje dat eerst even door de poep is gehaald. Zo komen ze zelf tot de conclusie dat ze elkaars ontlasting opeten.

Sommige critici vinden deze methode politiek incorrect, omdat mensen worden afgeschilderd als smerig. Maar hij werkt wel, zegt Van der Voorden. In een folder uit 2008 – door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Jaar van de Sanitaire Voorzieningen – staat een citaat van Willem-Alexander, voorzitter van een VN-adviesgroep over dit thema. Volgens de prins zijn schoon water en sanitaire voorzieningen niet alleen een kwestie van hygiëne en ziektes, maar ook van waardigheid: „Eigenwaarde begint met het hebben van een veilige en schone toiletvoorziening.”

    • Paul Luttikhuis