Een kalkoen is niet kieskeurig

De vraag welke visuele prikkels vogels nodig hebben om tot paring over te gaan, werd in 1957 beantwoord door Martin Schein en Edgar Hale van de University of Pennsylvania. In een serie klassieke experimenten met kalkoenen (The Anatomical Record 128: 617-618) toonden ze aan dat (het zicht op) de kop van het wijfje hierbij cruciaal is. Ze gebruikten hiervoor acht seksueel ervaren mannetjes en een opgezet kalkoenvrouwtje dat stukje bij beetje ontmanteld kon worden. De acht hitsige kalkoenen bestegen allemaal het opgezette exemplaar. Ze paarden met dezelfde gretigheid waarmee ze het met een levende kalkoen zouden doen. Vervolgens onttakelden de onderzoekers de dummy steeds verder: de staart, de poten en de vleugels werden eraf gehaald en nog steeds gingen de kalkoenen over tot baltsgedrag en paring. Uiteindelijk bleef er niets dan een kop op een stok over die nog steeds vurige paarbewegingen uitlokte, zelfs meer dan bij het opgezette, onthoofde kalkoenlichaam. Bij het gelijktijdig aanbieden van een lichaam zonder kop en een losse kop werd steevast de kop bestegen. Hoewel de kalkoenen de losse kop fysiek niet konden bevruchten, bleken de mannetjes wel op scherp te staan: slechts een lichte aanraking van de penispapillen met een mensenhand was volgens Schein en Hale voldoende om de kalkoenen te laten ejaculeren. In latere experimenten gebruikten de nieuwsgierige onderzoekers vers afgehakte kalkoenkoppen en koppen gemaakt van balsahout, met hetzelfde verbluffende resultaat. De positie van de koppen bleek wel van belang. Te hoog geplaatste dummy’s lokten meer agressie dan paringen uit.

Uitgaande van deze wetenschap zou necrofiel gedrag bij kalkoenen regelmatig moeten voorkomen. Toch heb ik in mijn archief slechts één goed gedocumenteerd geval. Het vond in april 2008 plaats op het lommerrijke terrein van de Ethan Allen jeugdgevangenis nabij Delafield in de Amerikaanse staat Wisconsin. Van een koppel wilde kalkoenen was het wijfje in botsing gekomen met het onder stroom staande hek en overleden. Volgens ooggetuigen heeft het mannetje in de twee dagen dat het wijfje ter plaatse dood op haar buik lag, meerdere malen langdurig met haar gepaard. Al na de eerste sessie van een paar uur (!) was de dode kalkoen door de scherpe nagels van het mannetje behoorlijk beschadigd. Uiteindelijk haalde het gevangenispersoneel het kadaver weg. Het mannetje bleef nog een dag zoekend rondhangen, waarna hij verdween.