Door je oogkleppen heen kijken

Peter Winnen is oud-wielrenner en schrijver.

Hij beveelt aan Insula Dei (1960), door Nescio.

„Nescio was mijn eerste aanraking met de literatuur. We moesten het verplicht lezen op de school in Venray. Waarschijnlijk omdat het kort en makkelijk was. En het was meteen raak.

„Hoe is het mogelijk, dat je zo veel kan zeggenmet zo weinig woorden! Nescio creëert een grenzeloos universum. Vol melancholie en weemoed. Zijn verhalen gaan over zijn jeugdjaren, over zijn vrienden van vroeger, toen ze nog hemelbestormers waren. En zelf was Nescio boekhouder. Wat hij in het gewone leven deed, stond helemaal los van zijn schrijverschap.

„Ook ik leefde op twee sporen. Ik was al ongelofelijk fanatiek bezig met wielrennen. Ik was een heel bewegelijk mannetje. En ik zat op een melancholiek spoor. Ik was een beetje een tobber. Bij dat wielrennen wilde ik natuurlijk winnen, maar het was ook de aanleiding voor wat anders. Voor een strijd tegen de elementen in de gigantische decors van het landschap. Ik zag het meer als een trektocht en een avontuur dan als een wedstrijd.

„Insula dei was niet het eerste van Nescio dat ik las. Eigenlijk is het een kabbelend verhaaltje waarin de verteller een jeugdvriend ontmoet en ze praten over het verlangen naar eeuwigheid. De ik-figuur vindt het in tijdelijke momenten: het zien van een boom, een mooi gebouw. Maar zijn tegenspeler, Flip, vindt het in zijn innerlijk. Hij wijst op zijn voorhoofd en zegt: ‘Het Insula Dei is hier!’ Een soort boeddhistisch nirvana.

„Op het eind van het verhaal struikelt Flip over zijn gedachten en Nescio schrijft over hem: ‘Het Eiland Gods ligt er verlaten bij.’ En dan beschrijft hij de banaliteit van het winterlandschap. ‘Straks staan hier bloeiende krokussen.’

„Wie van de twee heeft gelijk? In die tijd was dat mijn worsteling. Ik leerde kijken naar het leven op een manier die me nooit meer verlaten heeft. Je kunt geraakt worden door nagenoeg niets. Blij worden van banale dingen. Dat er vonken in je hoofd komen, waardoor je door de tijdelijkheid heen prikt.

„Op de fiets was dat een vreemde ervaring. Ik had de intensieve concentratie op de wedstrijd. Maar ik ging ook op in de wereld, met een soort verscherpte waarneming. Alsof ik door mijn oogkleppen heen keek. Ik was dan ongelofelijk gelukkig.”

    • Hendrik Spiering