De zorg kost wel erg veel in Nederland

Vraag kenners van de overheidsfinanciën naar hun grootste zorg en ze zeggen zonder aarzelen: de snel stijgende kosten van de gezondheidszorg. Of er nou een recessie is of een bloeiende economie, de uitgaven aan zorg stijgen door.

Dat gaat zelfs zó hard dat die kosten andere uitgaven van de overheid gaan verdringen, concludeerden drie gezaghebbende rapporten over de overheidsfinanciën vorige week. Alleen al van 2008 tot 2017 stijgen de uitgaven aan zorg van 50 naar 80 miljard euro, schatte het Centraal Planbureau in een van die rapporten.

Slechts een kwart van die groei valt toe te schrijven aan de vergrijzing. „Dit maakt de stijging van de zorguitgaven onhoudbaar”, schreef de Studiegroep Begrotingsruimte, waarin ambtenaren van het ministerie van Financiën zetelen, net als economen van De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau.

Nu stijgen in alle westerse landen de uitgaven aan zorg snel, maar Nederland is koploper. Dat komt door „het relatief ambitieuze Nederlandse sociale model”, volgens de OESO, de denktank van industrielanden. Vooral aan de langdurige zorg in bejaardenhuizen en psychiatrische instellingen geeft Nederland relatief veel geld uit, vergeleken met andere Europese landen. In die andere landen wordt aan bijvoorbeeld bejaarden een hogere eigen bijdrage gevraagd voor huur.

Wat te doen? De overheid heeft grofweg drie keuzes. Meer belasting heffen (hogere zorgpremies innen), minder uitgeven aan andere posten (bijvoorbeeld onderwijs of de sociale zekerheid) of de kostenstijging afremmen, bijvoorbeeld door een hoger eigen risico en hogere eigen bijdrages te vragen.

Een gezin met een inkomen van anderhalf keer modaal geeft nu 11.615 euro uit aan zorg, volgens het ministerie van Volksgezondheid. Dat betalen gezinnen aan premies, belasting en eigen risico. Dat bedrag verdubbelt als het beleid blijft zoals het is, voorspelt het ministerie.

    • Marike Stellinga