De Europese Ponzi-Unie

Griekenland vermeed de directe botsing en koos voor de lange pijn. Zodra beoogd premier Samaras een regering op de been heeft, begint het kat-en-muisspel tussen Athene en Brussel opnieuw. Duitsland is wellicht bereid tot versoepeling van de besparingstermijnen, als beloning voor de ‘goede verkiezingsuitslag’, maar Samaras heeft een troef voor hogere geldeisen. De afgelopen weken toonden dat de Griekse crisis het hele eurogebouw, aangetast door betonrot, doet wankelen. Andere landen, zoals Spanje en Italië, hebben niet dezelfde problemen als Griekenland, maar wel gelijksoortige. Cyprus, vanaf 1 juli roterend voorzitter van de Europese Unie, heeft een internationaal vertakt bankwezen dat onevenredig blootstaat aan Griekse schuld. Voor hulp klopt de aanstaande EU-voorzitter aan bij Rusland, dat veel financiële belangen heeft op het eiland. Het Kremlin redde al Cypriotische banken.

Hoe sneller het eurosysteem afbrokkelt, hoe luider de roep om een Unie der Unies: een Politieke Unie, de Fiscale Unie en de Bankenunie. Deze retoriek kent tegenovergestelde interpretaties.

Voor bondskanselier Merkel is de Europese Politieke Unie een Unie die gemeenschappelijke begrotingsregels bezigt en afdwingt. Voor president Hollande is die Unie een Europees transferstelsel, waarin Duitsland zich garant stelt voor leningen aan noodlijdende landen en hun bankensector. Redding van Spaanse banken is een prelude. De drie grootste Franse banken hebben een gecombineerde schuld die veel groter is dan het Franse bbp. Voor Hollande is de Politieke Unie het vehikel voor de solidarité totale. Zo zien Spanje, Italië, Portugal en Griekenland het ook.

In de vlucht vooruit moeten steeds minder landen zich garant stellen voor steeds grotere bedragen. De Europese Unie probeert de euro te redden met een systeem dat lijkt op een Ponzischema, vernoemd naar Charles Ponzi. In 1920 werd Ponzi beroemd met een fraudeleus investeringsfonds in de Verenigde Staten. Hierin kregen de eerste beleggers hoge rendementen uitbetaald met gelden van latere beleggers. Uiteindelijk stortte de piramide in elkaar.

De euroredders construeren een systeem dat wellicht niet dezelfde intentie heeft als Ponzi, maar dat leidt tot hetzelfde effect: schuldenproblemen oplossen met meer schulden.

Wat komt er allemaal op Nederland af?

In de bilaterale hulppakketten aan Griekenland heeft Nederland tot dusver 3,2 miljard euro betaald. Het is niet waarschijnlijk dat dit geld ooit zal terugkomen.

In de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF), met een maximale leencapaciteit van 440 miljard euro, staat Nederland garant voor 45 miljard euro. Uit dit fonds worden hulpoperaties aan Griekenland, Ierland en Portugal betaald en ook de reddingsoperatie van Spaanse banken. Het EFSF is beperkt in tijd, beperkt in omvang en vereist instemming van alle leden.

Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) gaat veel verder. Het heeft een maximale leningscapaciteit van 500 miljard euro, maar de Raad van Gouverneurs kan altijd besluiten dit bedrag te verhogen. Het ESM is onbeperkt in de tijd. Lidstaten moeten 80 miljard euro daadwerkelijk overmaken aan het ESM. Nederland staat garant voor 40 miljard euro. Indien het ESM een kapitaalsverhoging doorvoert, kan Nederland dit niet blokkeren.

De Nederlandsche Bank heeft voor circa 140 miljard euro (stand van april dit jaar) aan vorderingen openstaan bij de Europese Centrale Bank (ECB), die het intra-Europese betalingsverkeer afwikkelt via het zogenoemde Target2-systeem. Afnemers in zwakke eurolanden kunnen niet betalen, hun centrale banken hopen schulden op en de ECB geeft de schuldeisende centrale banken vorderingen, zonder enig onderpand. De Bundesbank heeft al 800 miljard euro aan vorderingen openstaan. Als het eurosysteem instort, zitten Nederland en Duitsland met een enorme krater.

Brussel wil de piramidebouw voortzetten en schulden van eurozone landen ‘gemeenschappelijk’ maken.

Een delgingsfonds zou alle schuld van de eurolanden boven 60 procent van het bbp samenvoegen. Nederland – met een schuld van 70 procent van het bbp – zet dan 10 procentpunt van zijn schuld in de pool van het delgingsfonds. Voor Italië is dit 60 procentpunt en voor Griekenland ruim 100 procentpunt. Italië en Griekenland betalen dan minder rente, maar Nederland meer.

Via euro-obligaties gaat Nederland nieuwe schulden aan, samen met landen die bekendstaan om hun gebrek aan budgettaire discipline. Het delgingsfonds maakt schulden uit het verleden gemeenschappelijk; euro-obligaties doen dit bij toekomstige schulden.

Pleitbezorgers van een Europese Bankenunie zeggen toezicht op het Europese bankensysteem te willen versterken, maar recentelijk werden al instanties opgericht die Europees toezicht uitvoeren. In werkelijkheid gaat het hun erom een Europees depositogarantiestelsel in te voeren, waarmee Nederlandse rekeninghouders garant staan voor banken in Spanje, Portugal, Griekenland en Frankrijk.

De Europese Politieke Unie dreigt een Europese Ponzi-Unie te worden. Spaanse banken zakken dieper in de crisis, nu hun economie krimpt. Stijgende rente maakt herfinanciering van de Italiaanse schuld onhoudbaar. Dan komt het reddende ESM. Italië staat garant voor 125 miljard euro, maar is platzak. Spanje staat garant voor 83 miljard, maar moet zelf worden gered. Griekenland garandeert 20 miljard!

Het ESM heeft dan een kapitaalsverhoging nodig. Wie moet betalen? Duitsland, Nederland en Finland.

Dat komt op Nederland af.

    • Derk-Jan Eppink