De Bovenbazen (33)

De ander kalmeerde plotseling.

‘Wat zeg je daar?’ vroeg hij vriendelijk. ‘Wil je spinnen produceren?’

‘Och ja,’ zei heer Ollie. ‘Waarom niet? Van blik, met een mechaniekje er in, of zo? Als knaap had ik een speelgoedolifantje dat lopen kon en dat uit zichzelf een bochtje maakte. Het was erg leuk; aardiger dan ddt. Want dat slaat op mijn neus en de kevers kunnen er tegen…’

De oliekoning luisterde niet naar dit gebabbel, doch begon prevelend op zijn vingers te tellen.

‘Verenigde Electronics,’ mompelde hij, ‘Radar Ltd., Computers Comp., Erts en Staal Stichting, Generale Chemicaliën… Hm, het loopt op!’

‘Dat olifantje kon ook achteruit lopen,’ vervolgde heer Bommel met een stille glimlach. Er zat een pinnetje in zijn buik, en wanneer…’

‘Het loopt op!’ hernam de ander. ‘Maar het is te doen. We zullen een fonds ter beschikking stellen! Trek wat geld aan, Steenbreek en breng de zaak aan het rollen.’

‘Uitstekend, meneer,’ zei de secretaris. Hij opende de deur en leidde heer Ollie met zachte drang naar buiten.

‘Een interessant project, jongen!’ vervolgde de magnaat op de drempel. ‘Ga je gang en maak er iets moois van…’Op dat moment viel zijn blik op Tom Poes, die geduldig op de gang had staan wachten en hij viel zichzelf in de rede.

‘Eén ding,’ riep hij uit. ‘Ga niet met een niemand om, want dan komen er moeilijkheden. Géén omgang met minvermogenden voor een bovenbaas, obb! Dat staat in de voorschriften!’

    • Marten Toonder