Curator DSB: onderzoek nodig naar rol accountant

De curatoren van het failliete DSB hebben scherpe kritiek op de rol die accountants hebben gespeeld en dringen aan op nader onderzoek. In hun vanmorgen gepubliceerde ‘feitenonderzoek’ naar de teloorgang van het imperium van Dirk Scheringa worden grote vraagtekens geplaatst bij de goedkeurende verklaringen die accountantskantoor Ernst & Young gaf voorafgaand aan het bankroet.

De onderzoekers betwijfelen of de jaarrekening van DSB Bank over 2008 wel een getrouw beeld gaf van de financiële situatie bij de bank. Over de cijfers van moederbedrijf DSB Beheer zijn de curatoren nog kritischer. Van hieruit financierde Scheringa allerlei activiteiten op voetbal-, schaats- en kunstgebied. Volgens de curatoren was op het moment dat de accountant de jaarrekening over 2007 goedkeurde bekend dat DSB Beheer zonder aanvullende maatregelen „niet voldoende liquide” was om op korte termijn aan verplichtingen te voldoen jegens voetbalclub AZ, het DSB Stadion en DS Art, waar het Scheringa Museum onder viel. Zij betwijfelen de veronderstelling dat DSB Beheer toch aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. „De positie van Ernst & Young als de controlerend accountant van DSB Beheer behoeft in dat verband nadere analyse en overweging.”

De belangrijkste oorzaak dat DSB failliet ging was niet de kredietcrisis, de beperking van middelen vlak voor het faillissement door De Nederlandsche Bank of de oproep van bedrijvenonderzoeker Lakeman om je geld bij de bank weg te halen.

Volgens de curatoren nam de bank vanaf het begin veel te veel risico, en nam het structureel een loopje met de zorgplicht voor klanten. Wel uiten de onderzoekers opnieuw harde kritiek op De Nederlandsche Bank (DNB) voor het door haar gevoerde toezicht. „Het gedrag van Scheringa, de gebrekkige governance en het onvoldoende ingrijpen door DNB zijn een belangrijke oorzaak van het faillissement.”

Rutger Schimmelpenninck, een van de curatoren, spreekt van een bank die te snel gegroeid was, „organisatorisch zwak” was en een gebrekkige bestuursstructuur kende „met onvoldoende toezicht”.