Cerebraal gebrei breekt de Spanjaarden bijna op

Spanje plaatste zich na een moeizame 1-0 zege op Kroatië voor de kwartfinale. Irritant bijna, zoals het surplus aan kwaliteit steeds strandde in besluiteloosheid.

Spanje kon na afloop weer de fraaiste cijfers overleggen. Met 748 passes tikte de Europees- en wereldkampioen zich een weg door de Kroatische linies en 652 keer kwam zo’n pass aan. De Spaanse spelmaker Andrés Iniesta gaf er 80, waarvan 70 naar een medespeler.

Schitterend allemaal, maar vooral op papier. De late 1-0 in de laatste groepswedstrijd verbloemde gisteren veel, maar niet het volgende: Spanje had er zomaar uit kunnen liggen. Het was bijna irritant, zoals het surplus aan vaardigheid steeds strandde in besluiteloosheid.

Vooraf bestond met name bij Italianen de vrees voor een ‘afgesproken’ gelijkspel. Met 2-2 zouden Spanje en Kroatië doorgaan ten koste van Italië. Maar Spanje schudde gisteravond elke verdenking van zich af door pas heel laat te scoren en de spanning er tot het einde in te houden. Helemaal toen de Kroaat Ivan Rakitic na een uur spelen een enorme kopkans kreeg – en miste. Spanje wankelde ook al in de eerste helft, toen een wilde tackle van Sergio Ramos in het eigen strafschopgebied niet bestraft werd.

De Spaanse machine liep gisteravond stroever dan anders. Het leek wel of met name de rechterflank niet gebruikt mocht worden. De opkomende back Álvaro Arbeloa stond daar „in niemandsland”, schreef El País vanochtend. Alsof het zo moest. alles ging door het midden en de aanvallen liepen steeds stuk op een rood-wit geblokte muur.

De afwezigheid van spits David Villa en aanvoerder Carles Puyol was het Spaanse elftal tot gisteravond niet aan te zien. Het cerebrale gebrei op het middenveld ging namelijk gewoon door. Statistici tuimelen over elkaar heen met astronomische waarden over Spaans balbezit, geslaagde passes, hoeveelheid passes, passes naar voren.

Maar dit hogeschoolvoetbal is zo gespeend van emoties, dat het volgens sommige liefhebbers niet meer leuk is om naar te kijken. Zij missen bezieling bij Spanje. De romantiek van een vuil shirt na een sliding, een duel op wilskracht of een lange rush. De bal gaat alleen maar superieur van voet tot voet. Enzovoorts.

De verhitte strijd tussen Real Madrid en Barcelona woekert volgens de betrokken spelers niet voort in het nationale elftal, waar grofweg de achterhoede Madrileens is en het middenveld Catalaans. De verzoening die met name de vrienden Iker Casillas (Real) en Xavi (Barcelona) zochten, lijkt geslaagd. En bovendien: met de snelheid van passing is er helemaal geen tijd om je af te vragen welke ploeggenoot je de bal ook al weer niet gunt.

Waarom zouden de Spanjaarden anders gaan spelen? Wie voortdurend de bal heeft, geeft geen voeding aan een nationaal debat over de rol van controleurs op het middenveld. Wie het spel maakt, hoeft zich ook niet af te vragen of er spelers zijn die zich bij balverlies in dienst van het team wegcijferen. Waterdragers zijn niet nodig als je altijd de bal hebt.

Maar het Spaanse elftal leek gisteren vastgebakken in zijn zoektocht naar perfectie. Andrés Iniesta koos in schietpositie weer voor het steekpassje. Cesc Fabregas maakte twee schijntrappen, om zijn schot geblokkeerd te zien worden. Vlak voor tijd, uiteraard na een zorgvuldige aanvalsopzet, kwam de bevrijding. Fabregas vond met een boogbal Iniesta, die niet zelfzuchtig was en Jesús Navas liet scoren. Aan de winnende goal zat wel een luchtje van buitenspel. En zo blijft Spanje rustig verder tikken in de kwartfinale.

    • Bart Hinke