Brieven

Met mijn Erasmusbeurs heb ik vooral gestudeerd

Clara van de Wiel beklaagt zich dat zij tijdens haar Erasmustijd in Berlijn slechts heeft gefeest en gedronken (Opinie, 18 juni). Ik heb in 2010 met een Erasmusbeurs zeven maanden gestudeerd aan de Universiteit van Oxford, voor mijn masteronderzoek. Natuurlijk heb ik ook genoten van de lokale ales, maar er werd vooral gewerkt. Deze ervaring heeft grote invloed gehad op mijn leven. Zonder een Erasmusbeurs had ik dit niet kunnen betalen.

Moeten we direct met een botte bijl slingeren en dit soort programma’s afschaffen? Het is slimmer om te zoeken naar verbeteringen. Dit gebeurt onder meer binnen het nieuwe programma Erasmus for All van de Europese Unie. Hierin wordt expliciet aandacht besteed aan een betere erkenning van studiepunten en een zorgvuldige inbedding in het studieprogramma.

Nederland is een klein land in een globaliserende wereld. We hebben die andere 99,7 procent van de wereldpopulatie hard nodig. Een buitenlandervaring is een onmisbare component binnen iedere universitaire opleiding. Onderzoek toont dat studiebeurzen en een meeneembare studiefinanciering de belangrijkste financieringsbronnen zijn voor studenten in het buitenland.

Moeten we deze beurzen afschaffen, ons achter de dijken opsluiten en het buitenland laten voor wat het is? Is het verstandig om het advies van de VSNU, de SER, Sijbolt Noorda, Jo Ritzen, Robbert Dijkgraaf, Alexander Rinnooy Kan en vele anderen in de wind te slaan?

Promovendus aan de Universiteit van Oxford

Mijn Erasmusstudenten deden wat de bedoeling is

Clara van de Wiel, die liederlijk gedrag van Erasmusstudenten beschrijft, baseert zich waarschijnlijk voornamelijk op haar eigen ervaringen. Ik heb aan de Universidad de Navarra, in Spanje, jarenlang college gegeven aan Erasmusstudenten uit verschillende landen en heb een geheel andere ervaring. Net als de andere professoren liet ik studenten hard werken. Dat deden ze ook. Ik zag hoe contacten en begrip tussen studenten uit verschillende landen – inclusief de Spaanse studenten – groeiden. Dit is precies waarvoor het programma is bedoeld. Natuurlijk werd er ook wel gefeest en kwamen ze weleens slaperig de collegezaal binnen, maar dat was niet de norm.

Burgh Haamstede

Palestijnen zijn net als rupsje-nooitgenoeg

Ghada Zeidans apologie van de Palestijnse zaak, ‘Bezoek aan Israël beloont een verwend kind’ (Opinie, 8 juni), is sterk in retoriek, maar zwak in feiten- en rechtkennis. Ze geeft ten onrechte Israël de schuld voor het ontbreken van een zelfstandige Palestijnse staat.

In 1947 verdeelden de Verenigde Naties het Britse ‘Mandaatgebied Palestina’. De Arabieren wezen dit plan af. Dit is de belangrijkste reden dat de Palestijnen geen eigen staat hebben. In plaats hiervan ontketenden zij een bloedige terreuroorlog. Deze kostte 1.200 Israëli’s het leven. Zoals de secretaris van de Arabische Liga zei: „Het wordt een vernietigingsoorlog met massaslachtingen, vergelijkbaar met de Mongoolse invasie en de kruistochten.”

In 2000/2001 bood toenmalig premier Barak van Israël de Palestijnen Oost-Jeruzalem als hoofdstad, 95 procent van het gevraagde grondgebied en compensatie voor de overige 5 procent. Arafat wees dit af en greep het wapen van bloedige terreuroorlog. Deze hield op door Israëls veiligheidshek. In 2007 wees Abbas het vredesvoorstel van premier Olmert resoluut af. Dat ‘Palestijnen nooit een kans missen om een kans te missen’, is nog even actueel als in 1973.

Van het mandaatgebied Palestina – door de wereldgemeenschap in 1922 aangewezen als ‘Joods nationaal tehuis’ – is Jordanië afgesplitst als Arabisch deel. Dit vormt de eerste Palestijnse staat. De Oslo-akkoorden (1993) creëerden de Palestijnse Autoriteit, met een eigen grondgebied, regering, parlement, politie et cetera. Dat is de tweede Palestijnse staat. Sinds de bloedige liquidatie van Fatah (2007) heeft Hamas de absolute alleenheerschappij over Gaza, de derde Palestijnse staat. Met „meer dan 65 jaar bezetting” schuift Zeidan moeiteloos internationaal recht, de VN-verdelingsresolutie en de legitimiteit van de Joodse staat terzijde. Voor de allesvernietigende vraatzucht van rupsje-nooitgenoeg gaat geen zee te hoog om het ideaal, de vierde Palestijnse staat, te bereiken.

Voorzitter van de Federatie Nederlandse Zionisten

    • Dan Cohen
    • Marieke de Mooij
    • Bas van Schaik