Beter onderzoek bepleit naar Nederlands geweld in Indië

Er moet nieuw, gezaghebbend onderzoek komen naar het geweld in voormalig Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Daartoe roepen drie prominente onderzoeksinstellingen vandaag op in de Volkskrant. De „controversiële kanten van het militaire optreden” zijn niet adequaat in kaart gebracht, vinden het instituut voor oorlogsstudies NIOD, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het instituut voor taal-, land- en volkenkunde KITLV.

Vorig jaar bood Nederland excuses en een schadevergoeding aan voor het bloedbad in het dorp Rawagede, nadat de rechter had besloten dat de kwestie uit 1947 niet verjaard was. Op dit moment loopt er een zaak tegen de Staat voor vergelijkbare misdrijven op Zuid-Celebes.

„We rennen van incident naar incident”, zegt Gert Oostindie van hetKITLV. „En we zien idiote discrepanties de aantallen slachtoffers.” Hij pleit ervoor de harde feiten op een rij te krijgen. „De meeste debatten over geweldpleging tijdens de Indonesische revolutie zijn gericht op morele vragen: wie was er fout en wie moet excuses aanbieden?”

In 2005 maakte toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot een gebaar, toen hij zei dat Nederland „aan de verkeerde van de geschiedenis” stond. Volgens de onderzoekers moet Nederland in de geschiedschrijving nu het voortouw nemen. „Wij zijn die oorlog daar begonnen, dus wij horen verantwoording af te leggen”, zegt Oostindie. Wel wil hij zo veel mogelijk samenwerken met Indonesische historici en putten uit Indonesische bronnen.

Een Nederlands basisstuk voor het onderzoek zou de Excessennota uit 1969 zijn. Daarin somde somde historicus Cees Fasseur destijds 76 excessen van het Nederlands militaire optreden op, maar dat leidde nooit tot het beloofde vervolgonderzoek.

Gedegen research is volgens de onderzoeksinstituten uitgebleven omdat het te pijnlijk was voor veteranen en politici. „Aan Indonesische zijde ontstaat nu pas enige ruimte voor een kritischer benadering van het eigen verleden, voorbij de clichés van eensgezind heroïsch patriottisme tegenover een wreed koloniaal regime”, schrijven de onderzoekers.

Oostindie hoopt het onderzoek in drie jaar met zes man te kunnen afronden. Dat zou tussen de 2 en 3 miljoen euro moeten kosten. Dat kunnen de instituten niet zomaar opbrengen, daarom doen ze een beroep op de overheid.