20 - 25 % of 5 - 10 %?

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: representativiteit van de vakbonden.

Nederland, Den Haag, 13 maart 2009, krediet crisis, De FNV protesteerde op het Plein voor het Binnenhof.( fnv borden na afloop ) De vakorganisatie wil dat het kabinet in actie komt tegen de gevolgen van de economische crisis. Volgens de FNV heeft het kabinet nog niet serieus gereageerd op het investeringsplan " Samen de crisis te lijf ", wat de bonden onlangs presenteerden foto: Peter Hilz

Minder leden, slinkende stakingskassen. De rol van de vakbeweging in Nederland in het overleg met de werkgevers is tanend. Bij onderhandelingen over cao’s spelen de bonden al lang niet meer de rol van belangenbehartiger van de werknemers, zoals dat in het verleden het geval was. Hét actiemiddel – staken – is bij gebrek aan te mobiliseren achterban op de werkvloer, nagenoeg uitgeput.

Ook de positie van de vakbeweging bij onderhandelingen over een sociaal plan bij reorganisaties, is aan erosie onderhevig. Met als gevolg dat ondernemingsraden die rol steeds vaker overnemen. Zoals bijvoorbeeld bij dochterbedrijven van bouwbedrijf Volker Wessels. Daar onderhandelden de directies met de ondernemingsraden over de sociale consequenties (afvloeiingsregelingen) van reorganisaties. De bonden stonden aan de zijlijn.

Werkgevers kúnnen de bonden bij reorganisaties ook links laten liggen, zo blijkt uit jurisprudentie. Kantonrechters toetsen de hoogte van die afvloeiingsregelingen aan een geaccordeerd sociaal plan. Maar dat hoeft niet een sociaal plan te zijn waarmee de bonden hebben ingestemd. Sterker: in de aanbeveling van de Kring van kantonrechters op de zogeheten ‘kantonrechtersformule’ worden eisen gesteld aan de representativiteit van de bonden die over het sociaal plan hebben onderhandeld. Een organisatiegraad van 20 tot 25 procent is de ondergrens, daaronder kunnen werknemers de uitkomst van zo’n sociaal plan aanvechten.

FNV Bondgenoten, de vakbond die het gros van de cao’s in Nederland afsluit, heeft een organisatiegraad van rond de 7 procent op de werkvloer. Het is aan de werkgever om daar al dan niet ‘gebruik’ van te maken. Heeft een werkgever eenmaal een sociaal plan afgesloten met de bonden, dan zit hij daaraan vast, zo blijkt uit een uitspraak, begin dit jaar, van de kantonrechter in Utrecht.

Daarbij ging het om toepassing van een ontslagvergoeding conform een sociaal plan dat FNV Bondgenoten had afgesloten, terwijl de organisatiegraad van Bondgenoten in het betrokken bedrijf schommelt tussen de 5 en de 10 procent. Volgens de kantonrechter was dat percentage niet relevant, ‘nu immers de legitimiteit bij de totstandkoming van een sociaal plan gelegen is in de vereiste dat een vakbond een belanghebbende vereniging moet zijn’.

Maar de kantonrechters zijn niet eenduidig in hun jurisprudentie over die vereiste organisatiegraad. In Haarlem, bijvoorbeeld, oordeelde de rechter dat een representativiteit van tenminste 20 procent wel degelijk van belang is voor de rechtsgeldigheid van het sociaal plan voor het personeel.

Werkgevers kunnen handig gebruik maken van die verschillen in jurisprudentie. Door het aantal ontslagen bij reorganisaties onder de 20 procent te houden, want dan hoeft er niet met de bonden te worden onderhandeld. Door onderhandelingen te traineren en ondertussen een akkoord met de ondernemingsraad te sluiten.

Tot nu toe was het gebruik dat ondernemingsraden van de werkgever eerst een met de bonden overeengekomen sociaal plan eisen, en dan pas instemmen met reorganisaties (geen reorganisatie zonder sociaal plan). Dat principe geldt als stok achter de deur om fatsoenlijke onderhandelingen met de bonden af te dwingen. Maar er is inmiddels een praktijk ontstaan waarbij ondernemingsraden akkoord gaan met reorganisaties en ook onderhandelen over het daarbij behorende sociaal plan.

Zoals bij Volker Wessels. Volgens een woordvoerder van het bouwbedrijf streven hun werkmaatschappijen naar ‘maatwerk’ bij reorganisaties, al dan niet in overleg met de bonden. Begin dit jaar gebeurde hetzelfde bij schoenenketen Scapino, onderdeel van de Macintosh Retail Group, in Assen. Daar kwam FNV Bondgenoten er achteraf pas achter dat de ondernemingsraad een vertrouwelijk sociaal plan met de directie was overeen gekomen.

Toekomstige jurisprudentie over een sociaal plan dat tussen een werkgever en een ondernemingsraad is afgesloten – zonder medewerking van de bonden – moet uitwijzen of kantonrechters zich blijven houden aan de huidige aanbeveling van de Kring van kantonrechters. Cruciaal is de vraag of ondernemingsraden voldoende afstand tot hun directies hebben om objectief te kunnen oordelen over nut en noodzaak van reorganisaties en de daarbij behorende afvloeiingsregelingen.

Maar ook de kantonrechter zal steeds vaker te maken krijgen met personeel dat de legitimiteit van de bonden bij het afsluiten van sociale plannen niet erkent. Zeker nu de organisatiegraad op de werkvloer steeds lager wordt.

Jos Verlaan