Waarom subsidie voor zo’n student die de likeuren test?

Erasmusstudenten doen weinig anders dan feesten in het buitenland. Steek hun subsidie liever in het onderwijs in eigen land, betoogt Clara van de Wiel.

‘Internationalisering’ is een woord waarvan de meeste universiteitsbestuurders bijzonder opgewonden raken. De in 1987 ingestelde Erasmusbeurzen, die het iedere Europese student moesten vergemakkelijken een of twee semesters in het buitenland te studeren, werken in dezen nog immer uiterst libidoverhogend. Vijfentwintig jaar na dato kunnen we ons afvragen of deze nooit opdrogende geldstroom wel zo goed is besteed.

In elke Europese stad die iets voorstelt, is het een bekend fenomeen: de hedonistische Erasmusstudent en zijn moeilijk lesbare dorst naar meer dan alleen nieuwe kennis. Op Facebook zijn er niet voor niets talloze groepen met veelbetekenende titels als I’m not an alcoholic: i’m just doing Erasmus! Elk weekend stroomt in Amsterdam menig huisfeest vol met luid feestende, internationale studenten.

Ik gun het iedereen van harte een wild en meeslepend leven te hebben in een andere cultuur dan hij gewend is. Het is alleen de vraag of de Europese Unie dit moet bekostigen. De voor studiedoeleinden bedoelde geldstroom wordt niet zelden linea recta geïnvesteerd in het lokale feestcircuit. Ik kan dit de betreffende studenten moeilijk kwalijk nemen. Wie wil niet in de bloei van zijn leven een (half) jaartje gesubsidieerd zuipen in een onbekende omgeving? Ook ikzelf tekende direct voor deze optie. Let the good times roll!

Toch vraag ik me, na een half jaar Erasmus in de booming stad bij uitstek, Berlijn, weleens af of deze subsidie wel zo vanzelfsprekend en terecht is. In tijden waarin er overal – en nadrukkelijk ook op onderwijs – moet worden bezuinigd, is het niet onlogisch de vraag te stellen of de Erasmusbeurzen het Europese onderwijsideaal dienen.

Erasmusstudenten worden door de lokale studenten vaak met de nek aangekeken. Bij mij in Berlijn was dit niet anders. Geef ze eens ongelijk. De gemiddelde Duitser moet veel moeite doen een felbegeerde studieplek in de hoofdstad te vergaren. Na een lange procedure bevindt deze student zich plotseling tussen tientallen immer brakke en ongeïnteresseerde buitenlanders die bovendien weinig moeite doen enig contact te maken met de inheemse bevolking.

Erasmusstudenten vormen met elkaar een uiterst incestueuze, feestende kolonie. Colleges worden af en toe bezocht en taalcursussen sporadisch gevolgd, maar de meeste tijd wordt geïnvesteerd in het samen met de andere internationale studenten ontdekken van de beste feestgelegenheden. Ik wist vaak eerder van nieuwe clubs dan de gemiddelde Berlijner.

Ook in Amsterdam zijn het vaak de Erasmusstudenten die de grootste en wildste feestjes geven en nieuwe bars als eerste claimen. En ook wij Amsterdammers zijn vaak weinig gecharmeerd van deze internationale incrowd die amper Nederlands spreekt en zich weinig buiten de eigen kringen begeeft. Dit is zonde. Juist door deze uitwisseling zou het Europees bewustzijn kunnen worden bevorderd. Bovendien moet het wel degelijk een verrijking van het studiecurriculum kunnen zijn om enige tijd colleges te volgen in het buitenland. Waarom werkt het op deze manier dan toch zo slecht?

Het verkrijgen van een Erasmusbeurs heeft weinig voeten in de aarde. Een leuke motivatiebrief en charmante glimlach volstaan om een toelage en een studieplek in de schoot geworpen te krijgen. Zonder enig benul wat voor studies en vakken in die andere stad worden aangeboden, wordt de Erasmusstudent erheen gezonden.

Ter plaatse aangekomen is er weinig tot geen begeleiding. Het verwondert dan ook weinig dat men zich eerst en vooral verdiept in de andere immigranten en, jawel, het horeca-aanbod. Nieuwe Erasmusianen schikken zich gewillig in de rol van hun voorgangers. In plaats van culturele uitwisseling en studieverbreding blijft de vrije stadsstaat van internationale studenten in menig hoofdstad in stand gehouden.

Dit kan niet zijn waarvoor deze beurs ooit was bedoeld. Internationalisering is mooi, net als de extra studiemogelijkheden die een tijdje in het buitenland kan bieden, maar internationalisering an sich is niet per definitie zaligmakend.

Alleen door de juiste voorwaarden te creëren, eisen te stellen en voorlichting te geven, is zo’n Europees uitwisselingssysteem zijn geld waard. Regel dat studenten een gedegen studieplan hebben. Faciliteer betere begeleiding, zowel in het voortraject als aan de universiteit waar de student terechtkomt. Ook het vakkenpakket van de internationale student moet op een acceptabel niveau worden gebracht.

Zolang dit niet gebeurt, is de Erasmusbeurs in veel gevallen weggegooid geld. Dit geld kan beter worden gestoken in binnenlandse onderwijszaken. Bovendien nemen Erasmusstudenten studieplekken en -faciliteiten in die voor studenten uit het eigen land vaak broodnodig zijn.

Als ervaringen in het buitenland voornamelijk uit het uittesten van lokale likeuren bestaan, kan deze extracurriculaire activiteit beter plaatshebben in het eigen land, in de vorm van stages en bestuursactiviteiten.

Feesten in het buitenland, met het voor de vorm af en toe bezoeken van een museum, doen studenten ook wel in de lange vakantiemaanden. Hieraan hoeft geen subsidiesysteem te pas te komen.

Clara van de Wiel is masterstudent.