Sympathiek, maar geen bedreiging. Dachten we

Griekenland plaatste zich ten koste van Rusland verrassend voor de kwartfinales. Dankzij de oude krijger Giorgos Karagounis, die zijn geplaagde land een oppepper gaf.

Greek midfielder Giorgos Karagounis (C) celebrates after the Euro 2012 championships football match Greece vs Russia on June 16, 2012 at the National Stadium in Warsaw. AFP PHOTO / GABRIEL BOUYS AFP

Redacteur Voetbal

Warschau. Giorgos Karagounis heeft zo’n typisch mythologisch Grieks hoofd. Een hoofd waar krijgshaftigheid uit spreekt. Hij is de 35-jarige aanvoerder van het Griekse voetbalelftal, de middenvelder die gisteren in de laatste groepswedstrijd tegen Rusland op het EK vooropging in de strijd. Karagounis was het toonbeeld van de Griekse onverzettelijkheid. De Grieken wonnen met 1-0 en plaatsten zich voor de kwartfinales. Dankzij een winnend doelpunt van – juist ja – Karagounis.

Een matchwinnaar met een groot hart. Karagounis had zaterdagavond alle reden zichzelf te bejubelen, maar deed dat niet. Tegen Rusland speelde hij zijn 120ste interland, waarmee de speler van Panathinaikos het totaal van de Griekse voetballegende en recordinternational Theo Zagorakis evenaarde.

Maar Karagounis dacht na de wedstrijd in eerste instantie niet aan zichzelf. Hij refereerde onmiddellijk aan zijn landgenoten die lijden onder de economische crisis en gisteren als gevolg van de zoveelste politieke depressie naar de stembus moesten. Karagounis vertelde dat de spelers van het nationale team elkaar plechtig hebben beloofd op dit EK alles voor hun vaderland te geven. En dan doet het hem goed dat hij en zijn voetbalmakkers de Grieken een lach op het gezicht hebben bezorgd.

Karagounis is een voorbeeldige aanvoerder; iemand die het teambelang boven zijn eigen belang stelt. Hij noemde zijn winnende goal tegen Rusland geen genoegdoening voor zijn gemiste stafschop – bij een 1-1 stand – in de openingswedstrijd tegen Polen. Hij zag de plaatsing voor de tweede ronde niet als gerechtigheid voor de ietwat ongelukkige 2-1 nederlaag tegen Tsjechië. En hij dramatiseerde evenmin zijn tweede gele kaart, waardoor de aanvoerder vrijdag in Gdansk ontbreekt in de kwartfinalewedstrijd.

Maar Karagounis had zaterdag wel degelijk reden tot klagen. Uit televisiebeelden bleek dat hij ten onrechte was bestraft voor een fopduik in het strafschopgebied. Sterker, Karagounis werd zichtbaar getackeld en had een strafschop in plaats van een gele kaart moeten krijgen.

Griekenland zal in de kwartfinales de dynamiek, het strategisch inzicht en het leiderschap van zijn aanvoerder missen. Waarmee niet is gezegd dat het land op voorhand kansloos is. De geschiedenis leert dat de Grieken ook zonder Karagounis onwrikbaar kunnen zijn. Acht jaar geleden, tijdens het EK in Portugal, ontbrak de toen ook al belangrijke middenvelder wegens een schorsing in de finale tegen gastland Portugal. Desondanks behaalde Griekenland de titel.

Griekenland wordt sindsdien afgeschilderd als een toevalskampioen. Een ploeg die de titel eigenlijk niet werd gegund. Wat hadden de Grieken het voetbal te bieden? Weinig, meende het gros van de liefhebbers buiten Griekenland. Hun verdedigende spel werd gezien als een gruwel om naar te kijken en zo veel geluk zou hun geen tweede keer ten deel vallen. Sympathiek hoor die Grieken, maar geen bedreiging voor de gevestigde orde, was en is de heersende opvatting.

Uit die houding spreekt minachtig voor een voetballand dat kwalitatief gezien inderdaad niet op één lijn met Spanje, Duitsland of Brazilië gesteld kan worden, maar wel meer respect verdient. Na de Europese titel in 2004 ontbrak Griekenland bij het WK in 2006, maar plaatste het land zich vervolgens wel voor het EK in 2008 en het WK in 2010. En voor dit EK in Polen en Oekraïne kwalificeerden de Grieken zich overtuigend als groepswinnaar, ten koste van onder andere Kroatië en Israël. Zo slecht als ze veelvuldig worden afgeschilderd zijn de Grieken dus ook weer niet.

De Griekse voetballers voelen zich overigens wel het prettigst in de rol van underdog. En die houding meten ze zich ook in Polen graag aan. Je hoorde ze niet klagen over de geringe belangstelling van de internationale media. En als er zich al buitenlandse journalisten in het spelershotel in Serock of bij het trainingsveld in Legionowo meldden, was dat meestal voor een themaverhaal over voetbal en de Griekse crisis. Niet voor hun spectaculaire spel.

Die eer gunden ze graag de Russen van de Nederlandse bondscoach Dick Advocaat, die in hun eerste wedstrijd indruk hadden gemaakt met een wervelende show die leidde tot een 4-1 zege op Tsjechië. De ophemeling van Rusland hebben de Grieken in dank aanvaard. Zij wisten dat de Russen, die met een gelijkspel de tweede ronde zouden bereiken, niet zo gemakkelijk van hen zouden winnen. Griekenland is zo’n ploeg waarvoor Johan Cruijff ooit de typering heeft bedacht dat je er niet van kunt winnen, maar dat je er wel van kunt verliezen.

Het duel met Rusland was daarvan een sprekend voorbeeld. De Russen hadden veldoverwicht, kregen kansen, maar scoorden niet. En tot frustratie van Advocaat deden de Grieken dat wel. Dat ene doelpunt bracht Griekenland in punten op gelijke hoogte met Rusland, waarna de regel dat het onderlinge resultaat bepalend is voor de plaats in de kwartfinale, de doorslag gaf.

Met dank aan die oude krijger Giorgos Karagounis.