Suu Kyi: de Nobelprijs doorbrak mijn isolement

De Birmese oppositieleider Aung San Suu Kyi heeft zaterdag in Oslo verklaard dat de Nobelprijs voor de vrede van 1991 haar destijds deed beseffen dat ze niet in een isolement verkeerde, ondanks het jarenlange huisarrest dat de militaire junta haar had opgelegd.

„De Nobelprijs opende een deur in mijn hart”, zei ze bij haar dankrede in het stadhuis van Oslo, die ze pas ruim twintig jaar na toekenning van de prijs kon uitspreken. De prijs vormde een erkenning van het feit „dat de onderdrukten en de geïsoleerden in Birma ook deel uitmaakten van de wereld, dat ze erkenden dat de mensheid een is”. Dat besef had haar en anderen in Birma nieuwe hoop gegeven. „Vergeten worden is een beetje sterven”, stelde ze.

Dank zij de recente hervormingen in Birma is Suu Kyi voor het eerst in 24 jaar in de gelegenheid een bezoek aan Europa te brengen. Ze greep de plechtigheid in Oslo ook aan voor een nieuwe oproep aan de Birmese regering alle nog overgebleven politieke gevangenen te bevrijden. „Ook één politieke gevangene is er één te veel.”

Suu Kyi, sinds enkele weken ook zelf lid van het Birmese parlement, onderstreepte dat zij en haar partij, de Nationale Liga voor Democratie, bereid zijn alles te doen voor een nationale verzoening in Birma.

Over de recente etnische onlusten in het westen van Birma en de aanhoudende strijd tussen het regeringsleger en de Kachin-minderheid zei ze deze ontwikkelingen te betreuren. „Absolute vrede is een onbereikbaar doel”, zei ze. „Maar het is iets waar we toch naar moeten blijven streven, onze ogen erop gericht zoals een reiziger in de woestijn zijn blik richt op die ene ster die hem naar zijn redding zal leiden.”

Na haar bezoek aan Noorwegen brengt Suu Kyi nog enige tijd door in Ierland, haar vroegere woonplaats Oxford, Londen en Parijs. (AP, Reuters, AFP)