Samen tegen het slachtverbod

Morgen sneeft waarschijnlijk het wetsvoorstel tegen ritueel slachten. Moslims en joden werkten daarbij nauw samen. Ze zien meer thema’s voor een gezamenlijke lobby.

Nederland, Hoofddorp, 17-06-2012 De marokkaan Amin Abed Ali en de jood Ronnie Eisenmann in een Hollandse polder ze hebben samen bij de politiek een lobby gevoerd om het religieus slachten te behouden. foto: Bram Budel Bram Budel

Het lijkt een onwaarschijnlijk duo: de joodse advocaat Ronnie Eisenmann (46) en de islamitische jurist Amin Abed Ali (28). Samen strijden zij tegen een verbod op de onverdoofde rituele slacht. De een vertegenwoordigt het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), de ander het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO).

Met staatssecretaris Bleker (Landbouw, CDA) presenteerden zij deze maand het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. Een mooi onderhandelingsresultaat, vinden zij zelf, maar de rust in de joodse en islamitische gemeenschap keert pas terug als de initiatiefwet van Marianne Thieme morgen door de Eerste Kamer is weggestemd.

In de senaat tekende zich vorige week een meerderheid af tegen het slachtverbod. Hoe kijkt u terug op dat debat?

Abed Ali: „Thieme deed naar eigen zeggen een belangrijke handreiking in dat debat. Toch bleef zij er bij dat een dier pas onverdoofd geslacht mag worden als wetenschappelijk is aangetoond dat het niet meer lijdt dan bij bedwelmde slacht. Dat noem ik geen handreiking, maar ik was wel bang dat de Eerste Kamer het zo zou uitleggen. Gelukkig gebeurde dat niet.”

Eisenmann: „Ik vond het optreden van Thieme niet overtuigend. Waarschijnlijk zat zij met haar hoofd al bij een nieuwe initiatiefwet. Door dit traject te bewandelen kon zij extra publiciteit vergaren. Heel slim, zo vlak voor de verkiezingen.”

Volgens Thieme heeft de Eerste Kamer zich onder druk laten zetten door de joodse en islamitische lobby. Voelt u zich aangesproken?

Eisenmann: „Ik vind ‘joodse lobby’ een tendentieuze term. ‘De’ joodse lobby bestaat uit tien mensen, van wie negen vrijwilligers. Zeker in vergelijking met de dierenlobby stellen wij niets voor. De dierenlobby is beter georganiseerd en gefinancierd dan welke religieuze stroming ook. Toch kun je Thiemes kwalificatie ook als een compliment opvatten. Het bewijst dat wij onze boodschap goed voor het voetlicht hebben gebracht.”

Abed Ali: „Moslims hebben geen professionele lobby. Het hangt van enthousiaste vrijwilligers aan elkaar. Ik neem het de Partij voor de Dieren kwalijk dat zij moslims in een kwaad daglicht stelt. Wat senator Koffeman er allemaal bij haalde om zijn argumenten tegen rituele slacht kracht bij te zetten... tot steniging in het Midden-Oosten aan toe! Soms leek het wel of ik met de PVV van doen had.”

Er klonk ook kritiek uit uw achterban. Actie tegen het dreigende slachtverbod zou te lang zijn uitgebleven.

Abed Ali: „Dat klopt, en ik betreur dat. We zijn te laat wakker geworden. Dat gebeurt ons geen tweede keer.”

Wat deed u besluiten de krachten te bundelen?

Eisenmann: „In maart vorig jaar spraken de Tweede Kamerfracties van PvdA en VVD zich uit voor het wetsvoorstel van Thieme. Dat was een flinke tegenvaller. Omdat moslims en joden in hetzelfde schuitje zaten, stelden wij voor samen op te trekken. We spraken af wie welke politieke bijeenkomsten bezocht, lazen elkaars position papers voor de Eerste en Tweede Kamer. Tijdens de onderhandelingen met Bleker over het convenant hadden we nauw contact met elkaar. In het begin was het wennen, want wij kenden elkaars structuur niet.”

En het ouderwetse lobbywerk: Kamerleden bewerken?

Eisenmann: „Dat ging via onze eigen geloofsgemeenschappen.”

Abed Ali: „In de Tweede Kamer hebben wij niet echt gelobbyd. Alleen tegen het eind een beetje. In de Eerste Kamer voerden wij gesprekken met een aantal senatoren. Verder hebben wij een uitgebreid position paper naar alle partijen gestuurd.”

Eisenmann: „Alle partijen stonden ons te woord, behalve de PVV.”

Terwijl de PVV zich een warm pleitbezorger van de Joodse staat toont.

Eisenmann: „Op de avond van het Eerste Kamerdebat in december sprak ik PVV-senator Faber. ‘We blijven wel vrienden, hè’, zei zij. Ik antwoordde dat vrienden elkaar om drie uur ’s nachts kunnen bellen, indien nodig. We hebben de PVV wel tien keer gebeld over de rituele slacht, maar de deur bleef dicht, zei ik. Zo gaan vrienden niet met elkaar om.”

De PVV dwingt joden en moslims nauwer samen te werken?

Abed Ali: „Ik denk niet dat je dat zo kunt stellen...”

Eisenmann: „De issues op de politieke agenda brengen ons dichter bij elkaar. Door te overleggen, groeit het respect en begrip. De eerste generatie moslims verschilt niet wezenlijk van de joden die 400 jaar geleden naar Nederland kwamen. Hoe beter moslims zich hier ontwikkelen, hoe meer onze geloofsgemeenschappen naar elkaar toegroeien.”

Abed Ali: „Het is een cliché dat moslims en joden niet met elkaar kunnen opschieten. Het jodendom staat dichter bij de islam dan welke religie ook. Zowel qua godsbeeld als religieuze voorschriften.”

Eisenmann somt op: sterke familiebanden, reinheidswetten en spijswetten, besnijdenis, bijzonder onderwijs. „Pas nu wij zo nauw samenwerken, valt op hoe groot de overeenkomsten zijn.”

Wat kunnen uw geloofsgemeenschappen van elkaar leren?

Eisenmann: „De joodse gemeenschap is met 40.000 mensen klein én verdeeld. De islamitische gemeenschap is zestien keer zo groot en toch lijken alle neuzen dezelfde kant op te staan. Dat vind ik knap.”

Abed Ali: „Ik waardeer de passie waarmee joden hun belangen verdedigen. De achterban wordt goed geïnformeerd en gemobiliseerd.”

Vlak voordat de Tweede Kamer over het wetsvoorstel van Thieme stemde, vloog de Joodse Gemeente Amsterdam bezorgde buitenlandse rabbijnen in. Waarom geen imams?

Abed Ali: „Dat ging ons te ver. Buitenlandse imams hebben niets met deze Nederlandse kwestie te maken. Het zou ons bovendien veel kritiek hebben opgeleverd. Moslims liggen onder een vergrootglas.”

In dat opzicht verschilt de joodse gemeenschap sterk van de islamitische, vinden Eisenmann en Abed Ali. Joden zijn minder bang voor slechte beeldvorming dan moslims. Als Eisenmann voorstelt samen een professioneel lobbyist in te schakelen, kijkt Abed Ali hem geschrokken aan. „Lobbyisten voor geloofsgemeenschappen vallen niet goed bij de seculiere medeburger.”

Eisenmann: „Maar elke bedrijfstak in Den Haag heeft een lobby: verzekeraars, de vleesindustrie, banken. Waarom zouden wij er niet één aanstellen? Zaken als bijzonder onderwijs en besnijdenis komen steeds meer onder druk te staan.”

Abed Ali: „Denk je niet dat wij daar op worden aangekeken?”

Eisenmann: „Ja, maar als je niets doet, krijg je óók met tegenkrachten te maken.”

Abed Ali: „Een goede lobby is een stille lobby.”

Die slechte beeldvorming houdt moslims erg bezig.

Abed Ali: „Wij krijgen veel over ons heen en stellen ons daardoor terughoudend op. Moslims moeten op hun tenen lopen.”

Eisenmann: „Ik begrijp je angst. Maar toch zeg ik: als minderheid moet je je tegen de klippen op profileren. Laten zien wie je bent en waar je voor staat.”

Artsenfederatie KNMG heeft zich tegen jongensbesnijdenis uitgesproken en organiseert binnenkort een symposium. Is er een lobbycampagne in de maak?

Eisenmann: „Het verontrust mij dat een beroepsorganisatie zich tegen jongensbesnijdenis uitspreekt. Ik verwacht opnieuw een emotioneel debat.”

Abed Ali: „Moslims waren bang dat hun grondrechten verder zouden worden ingeperkt als het wetsvoorstel van Thieme werd aangenomen. Denk aan het boerkaverbod, maar er zijn meer voorbeelden.”

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod wordt voor de verkiezingen behandeld. Kunnen moslims op steun vanuit de joodse gemeenschap rekenen?

Eisenmann: „Waarom niet? Joodse juristen genoeg.”

Abed Ali: „Dank voor het aanbod.”