Overmaat aan ego's en simpelweg te weinig kwaliteit

Voor het eerst sinds 1980 is Oranje gesneuveld in de groepsfase van het EK. Is bondscoach Van Marwijk nog wel de juiste man om Oranje terug te brengen naar de top?

Van topland naar het lachertje van het EK. Niets minder dan een wonder was nodig om het Nederlands elftal in Charkov te redden van een blamerende aftocht. Maar tegen het einde van de Oekraïense avond viel gisteren na drie nachtmerries het doek. Drie gespeeld, nul punten.

Het betekende een even rauwe als eerloze afsluiting van een tijdperk waarin het elftal van bondscoach Bert van Marwijk drie jaar nagenoeg onverslaanbaar was. Zelden brak een voetbalteam, vorig jaar nog even de trotse nummer één op de wereldranglijst, zijn reputatie zo snel en grondig af als het Nederlands elftal de afgelopen maanden. Ondanks al het voorradige talent slaagde Oranje er voor het eerst in 32 jaar niet in de groepsfase van het EK te overleven.

In de eindafrekening zal het de komende tijd gaan om de thema’s die in het luchtruim boven Polen en Oekraïne zichtbaar werden: een gebrek aan vernieuwing, opspelende ego’s, een dramatisch – zelfgekozen – reisschema en simpelweg gebrek aan kwaliteit. De vraag is of Van Marwijk de aangewezen persoon is de ontspoorde trein van Oranje weer op de rails te zetten.

De KNVB, de begeleiding, de trainers en de spelers: ze borduurden te lang voort op de onverwachte WK-finaleplaats van twee jaar geleden. Iedereen was erop gebrand de WK-prestatie te overtreffen. Voor Van Marwijk en de spelers zou alles minder dan de beker een teleurstelling zijn. Zij lachten om de doelstelling van de KNVB, die rekende op minimaal een halvefinaleplaats.

Het bleek een misvatting het WK van 2010 als blauwdruk te gebruiken. Destijds wist Van Marwijk smeulende brandjes binnen de selectie steeds meteen te blussen. De bondscoach slaagde erin de ego’s te temmen door de wereldtitel als gezamenlijk doel te stellen. Bepalende spelers als Wesley Sneijder, Robin van Persie en Arjen Robben mochten op hun favoriete plek spelen – duidelijkheid alom. Toch waren ook in Zuid-Afrika al haarscheurtjes zichtbaar, maar die werden weggepoetst met het eindresultaat.

Van Marwijk marcheerde op dezelfde voet verder, maar de status van de dragende spelers veranderde. En daarmee veranderden hun wensen en hun gedrag. Steeds vaker lieten ontevreden spelers zich horen. Zo stelden Rafael van der Vaart en Klaas-Jan Huntelaar allebei „moe” te worden van de bondscoach – ze speelden te weinig. Beiden ontwikkelden zich na het WK bij hun clubs tot sterspelers en ontleenden daar zekere rechten aan. Robben wilde het EK gebruiken om zijn kater van Bayern München (twee verloren finales) weg te spoelen. Opeens was de rolverdeling niet meer zo duidelijk. Spelers kregen hun individuele prioriteiten.

Van Marwijk probeerde vanaf het trainingskamp in Lausanne zijn unieke, maar soms eigengereide toppers tevreden te houden met kleine privileges. In werkelijkheid ondermijnde hij daarmee de kracht van het collectief dat hij in Zuid-Afrika nog zorgvuldig had bewaakt. Zo werd geaccepteerd dat Van Persie, in tegenstelling tot de andere spelers, de pers niet te woord stond. Ook Sneijder werd een keer „uit de wind gehouden”.

Toen Van Marwijk zijn voorkeur uitsprak voor Van Persie in plaats van Huntelaar, hield de spits van Schalke 04 zich niet meer in. „Ik vind dat ik niet echt een eerlijke kans heb gekregen”, sprak hij in het trainingskamp in Hoenderloo.

De discussie over de spitspositie van Oranje was sinds het WK nooit meer geluwd. Van Marwijk viel terug op oude zekerheden door vrijwel dezelfde individuen op te stellen. Maar het hechte collectief was aangetast. En daarmee was het Nederlands elftal van zijn grootste kracht ontdaan.

Natuurlijk had Oranje pech in de openingswedstrijd tegen de Denen, maar de selectie bleek ook al labiel in de oefencampagne. Dat het verdeelde elftal zich nog één keer zou oprichten voor een topprestatie tegen Portugal, was dan ook niet meer te verwachten. Het echte geloof in het bereiken van de kwartfinales was eerder verdwenen.

De slechte resultaten werkten ook als een katalysator op andere problemen bij Oranje. Aanvankelijk leek het een logische keuze van teammanager Hans Jorritsma om het Poolse Krakau met de goede trainingsfaciliteiten te kiezen als basiskamp. Maar in de praktijk bleek het reisschema van Oranje een kwelling. Het Nederlands elftal had het grote voordeel dat het als groepshoofd alle drie de wedstrijden in één stad mocht afwerken. Maar in plaats van een week in Charkov te verblijven koos Oranje ervoor steeds terug te keren naar Krakau. Achteraf bezien een blunder van de eerste orde, gezien de onnodige vermoeienissen die de zes vliegreizen veroorzaakten.

Het is nooit onderkend dat de huidige generatie wel eens over zijn top heen zou kunnen zijn. Nederland mocht weliswaar vorig jaar even nummer één van de FIFA-ranking zijn, pogingen de selectie te prikkelen of te verversen met nieuwe gezichten kwamen er nauwelijks. Assistenten als Cooky Voorn, Phillip Cocu, en Ernest Faber hadden te weinig statuur om stemmingen in de selectie te peilen. Pas toen het te laat was, gooide Van Marwijk zijn strijdwijze om en koos hij tegen Portugal voor ouderwets aanvallend voetbal. Gegokt en verloren.

Zo leerde Oranje opnieuw niets van het verleden en volgde net als na de successen van 1974, 1978 en 1988 een enorme deceptie op het volgende eindtoernooi. De KNVB gaat zich nu afvragen of de verantwoordelijken, met name Van Marwijk en Jorritsma, de juiste mensen zijn om Nederland terug te brengen naar de internationale top. Een plek die het bedrijfsplan van de voetbalbond (tot 2014) voorschrijft.

    • Rob Schoof
    • Koen Greven