Met 1.405 euro redt ze het nét

Mensen die al op de armoedegrens leven, krijgen het zwaarder. Dit jaar komen er 39.000 kinderen bij die opgroeien in armoede.

Nederland, Amsterdam, 17-07-2009 Vrijwilligers aan het werk in de Voedselbank in Bos en Lommer. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2008

Redacteur Jeugd & Gezin

Spijkenisse. Niemand is blij als de fiets van zijn kind gestolen is. De gedachte wat je anders met dat geld had kunnen doen dringt zich altijd op, als je de gestolen waar vervangt. Maar toen vorig jaar de fiets van de zoon van Simone uit Spijkenisse verdween, werd er niks vervangen. Zoon Délison had gewoon maandenlang geen fiets. Net zolang tot ze genoeg had gespaard van de kinderbijslag om een tweedehands fiets te kopen.

De kinderen van Simone behoren tot de honderdduizenden kinderen die in Nederland opgroeien in armoede. In 2010 waren dat er 327.000, eind dit jaar zijn daar naar verwachting 39.000 kinderen bijgekomen.

Simone heeft haar huishoudboekje in haar hoofd. Ze heeft het altijd bij zich, ook in de rij bij de voedselbank in Spijkenisse, waar zich deze middag ruim 400 mensen melden voor de krat-met-inhoud van de week. Ze somt op: iedere maand ontvangt ze een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, 1.037 euro. Ieder kwartaal komt daar kinderbijslag bij, 498 euro. Dan krijgt ze iedere maand nog zorgtoeslag, 79 euro, en kindgebonden budget, 123 euro. In totaal 1.405 euro per maand.

En daarmee zit ze net onder de grens die in Nederland het meest gehanteerd wordt voor armoede; de ‘niet-veel-maar-toereikend’ grens. Voor een éénoudergezin met één kind was dat in 2010 1.330 euro per maand netto, met twee kinderen 1.510 euro. Het zijn vooral de gezinnen met de middeninkomens die de gevolgen zullen merken van de in het Lenteakkoord afgesproken bezuinigingen. Maar het wordt er ook voor Simone niet beter op, bijvoorbeeld door de verhoging van de BTW tot 21 procent en de verlaging van de huurtoeslag.

Ze kan een smalende lach niet onderdrukken op de vraag of ze wel eens op vakantie gaat. Nooit. En haar blik verraadt ongeloof bij aandringen; ook niet een weekje kamperen? Waar moet ze beginnen? Ze heeft geen tent, geen slaapzakken, geen auto om naar de camping te rijden.

Simone heeft drie zonen. De oudste twee, van 20 en 16 jaar, wonen alleen in het weekend thuis – en hebben geen inkomen. Délison, 11, woont altijd thuis. De vaste maandlasten noemt ze zo op: 275 euro voor het huis, 144 voor energie en water, 50 voor internet en telefoon. Ziektekosten heeft ze via een collectief contract van de gemeente (een tip van de voedselbank) voor 104 euro. 33 euro voor de inboedelverzekering, 13 voor de verzekering van haar snorfiets, 27,50 voor de mobiele telefoon, 125 als bijdrage aan het gastgezin waar middelste zoon Jerney op weekdagen verblijft.

Dan zijn er nog schulden om af te lossen. Vorig jaar kocht Simone nieuwe meubels, alles was versleten of kapot. Voor 1.300 euro bij Neckermann, en dat kost haar nu 150 euro per maand. Die schuld is binnenkort afgelost. Dat geldt niet voor het flexibel krediet bij de ING van 5.000 euro, waar ze 90 euro per maand op aflost.

Deze maandlasten zijn samen ongeveer het bedrag van haar uitkering. De rest – kleding, voedsel, de voetbalclub, verjaardagcadeaus voor de kinderen, sparen voor vervanging en tegenvallers – moet ze betalen van de toeslagen die ze krijgt.

Er zijn in dat normbudget, dat ‘niet-veel-maar-toereikend’-budget, voor allerlei posten bedragen opgenomen voor een alleenstaande moeder met twee kinderen: 34 euro per maand schoolkosten, 10 euro voor was- en schoonmaakmiddelen, 36 euro voor openbaar vervoer en 117 euro voor kleding. Die toeslagen zijn het gevolg van keuzes: wat moet een alleenstaande moeder met kinderen zich tenminste kunnen veroorloven om niet voor ‘arm’ door te gaan.

De keuzes veranderen in de tijd. Sinds 2006 is een computer met internetaansluiting onderdeel van het basispakket, terwijl het krantenabonnement eruit is gehaald. In 2007 is de vaste telefoonverbinding vervangen door een prepaid mobiele telefoon.

In het normbudget is ook vastgesteld hoeveel kleren een jongen als Délison ten minste moet hebben: vier broeken, twee korte broeken, een overhemd, vier truien, een zomerjas, een winterjas, zes T-shirts, twee pyjama’s, twee paar schoenen en een paar sportschoenen.

Het zijn de kleine dingen die je de das omdoen, zegt Simone. Zoals laatst, toen de beugel voor haar zoon duurder bleek dan wat de ziektekostenverzekering vergoedt. Een rekening van 175 euro kreeg ze. Ze heeft gebeld, ze mag in twee termijnen betalen. Want betalen doet ze altijd. Bij Simone komen geen deurwaarders aan de deur.

    • Elsje Jorritsma