Liefdeloosheid

Veel mensen in mijn omgeving hoor ik al tijden lang beweren dat we waarschijnlijk in de meest liefdeloze tijd leven die we ooit hebben gekend. Het liefdeloze slaat dan natuurlijk niet op liefdeloze omgang met de natuur, of liefdeloosheid in de afwerking van bankstellen of schoeisel, maar op de liefde tussen twee mensen.

Waar ik ook kijk, meer dan ooit wisselen mensen van partner en dat met het grootste gemak. Het idee dat twee mensen bij elkaar horen is bijna niet meer aan de orde, je gaat er eerder vanuit dat een relatie stukloopt dan dat hij stand houdt. Kinderen zijn natuurlijk al helemaal absurd, en als er kinderen geboren worden zeggen mensen: ‘Als dat maar goed gaat.’

Het is een tijd waarin je een goede vriend vraagt die kort geleden een relatie had: „Mis je haar weleens?” en het antwoord is: „Goh, ik heb eigenlijk nooit meer aan haar gedacht.”

Het beeld dat je op deze manier van die mensen krijgt wordt in mijn ogen steeds wreder – blijkbaar kan het ze allemaal niet zoveel schelen. Het is leuk voor even en dan mag het weer weg. Een romanticus zijn in deze tijd betekent misschien vooral jezelf romantiseren, want meer dan ooit zijn we alleen, en meer dan ooit lijken we constant het onmogelijke na te streven. Zijn het puur de wetten van vraag en aanbod waarin het aanbod tegenwoordig tegenvalt, of is er meer aan de hand?

Het meest romantische in mijn leven staat nu te gebeuren. Ik vond tijden geleden mijn grote liefde en tussen ons liep het stuk. Niet zoals tegenwoordig, waarin je ‘even koffie gaat drinken’ en elkaars spullen teruggeeft, verpakt in Albert Heijn-zakken (en je nog even zegt: „Ja, jammer dat het zo gelopen is”), nee met vuurwerk liep het af en nooit zou het ooit nog goed kunnen komen, althans, zo leek het. Ze bleef mijn grote liefde en ik bleef haar ondanks het onmogelijke missen.

Als ware liefde in deze tijd bestaat dan is dat elkaar een cadeau geven in de vorm van 365 dagen lang tijd. Eén jaar lang waarin je elkaar niet ziet, niet spreekt, nooit kan horen. Waar je alleen kan teren op de gedachte aan de ander, hoop moet houden en onbewust steeds een betere versie van jezelf gaat worden, voor jezelf en voor de ander. Daarna, exact een jaar later zoek je elkaar weer op.

Vertel dit aan een ander, en ze zullen je voor gek verklaren. Maar bedenk dan dat alles in de natuur een doel heeft, alles op ingenieuze wijze met elkaar is verbonden, alleen lijken we dat niet meteen te kunnen begrijpen, denken er zelfs last van te hebben terwijl we er blij mee zouden moeten zijn. Het zouden moeten koesteren.

Schrijver David Pefko (28) verving zolang het Nederlands elftal op het EK speelde Marcel van Roosmalen op deze plek.

    • David Pefko