Column

Korter

Willen we met ons nationale voetbalelftal weer een prominente rol spelen op het internationale podium, dan zullen we bij de FIFA moeten aandringen op een ingrijpende verandering van de spelregels: beperking van de wedstrijdduur tot maximaal twintig minuten. Langer is niet meer haalbaar, gezien de slijtage op onze vedetten.

Als deze regel al bij dit EK-toernooi was ingevoerd, hadden we iedereen van de mat gespeeld. Een Europese titel was voor het grijpen geweest. Ongelofelijk, zoals die oude, broze beentjes in de eerste twintig minuten van elke wedstrijd steeds optimaal functioneerden! Ze liepen hard, ze vielen aan, ze schoten, ze scoorden zelfs een enkele keer. Denemarken, Duitsland en Portugal werden zoekgespeeld.

Het was zo’n mooi gezicht. Het elftal leek louter uit oud-internationals te bestaan die de jongere generatie even wilden laten zien waartoe ze vroeger in staat waren geweest: mensen, let niet op de bierbuikjes en de stramme knieën, maar kijk naar onze techniek en onze individuele actie. Zie je Arjen wegdraaien en inschieten? Virtuoos toch? En vroeger kon hij dat nog twee keer zo snel! Let op Rafael, zag je dat schot? Dat deed hij in zijn beste tijd tien keer in een wedstrijd.

Het was onrechtvaardig dat deze spelers gedwongen werden nog zeventig minuten dóór te spelen. Je vraagt je oude vader toch ook niet of hij je achterop zijn fiets-zonder-versnellingen even naar je huis brengt, tien kilometer verderop? Zo werd het een ongelijke strijd. Die Denen, Duitsers en Portugezen waren superfitte, jonge mensen, blakend van strijdlust. Ja, zo kan ik ook winnen.

Bovendien had een of andere idioot bij de KNVB bedacht dat je dit gezelschap oude voetbalknarren ook nog eens drie keer per week 1.200 kilometer kon laten vliegen naar de stad waar ze moesten spelen en waar het vijftien graden warmer was dan op hun thuisbasis. Het was alsof de ziekenboeg van een bejaardentehuis uit Ermelo voor een safari naar Botswana werd getransporteerd, waar ze met een klappertjespistool voor de jonge leeuwen werden gegooid.

Dit kon niet goed gaan.

Waar ik me tegen verzet, is de schuldvraag die nu door de spelers en hun coach wordt doorgeschoven, ook naar mij. „We hebben allemáál gefaald”, roepen ze in koor. Hebben jullie nu je zin, insinueerde Wesley Sneijder, jullie wilden toch al die veranderingen? „Druk van buiten”, noemde hij het.

Dat Sneijder boos is, kan ik begrijpen. Hij is onze enige speler die dit toernooi redelijk gepresteerd heeft en die desondanks in de laatste wedstrijd op een andere plek gezet werd. Maar dat kan ik niet helpen. Ik heb ook niet meegedaan aan die enquête in De Telegraaf waar ‘de mensen in het land’ hun favoriete elftal mochten kiezen. Huntelaar moest in de spits! Van Bommel eruit!

Democratie in de politiek is al moeilijk genoeg, in de sport wordt het de ondergang van een natie.

In september moeten we ons alweer kwalificeren voor het WK. Mocht mijn voorstel tot wedstrijdverkorting bij de FIFA gehoor vinden, dan voorspel ik ons, opnieuw, een gouden toekomst. De spelers die uitgeput bedanken voor de eer, kunnen we vervangen door fitte oud-internationals die nog wel zin in een wedstrijdje hebben. We kunnen putten uit een rijk arsenaal: Bergkamp, Van Nistelrooy, Overmars, Jonk, Wouters, Koeman, noem maar op.

De coach? Ja, wie dacht u? Als hij van Danny nu wél mag, staat niets een victorie in Brazilië in de weg.