Houd die bankiers eens een andere wortel voor

Discussie over de exorbitante bonussen van bankiers is er wel, maar het probleem wordt totaal niet aangepakt. Stop er nou eens mee om bankiers vooral af te rekenen op behaalde omzetten, bepleit Erik Rammeloo.

Illustratie Pavel Constantin

Het grote en diepgewortelde probleem dat aan de basis ligt van de kredietcrisis – de veel te hoge beloning van bankiers – hebben we helaas nog niet opgelost. Zolang aandeelhouders en bankbestuurders elk jaar meer omzet eisen van hun werknemers en de behaalde omzet het criterium voor de toekenning van bonussen blijft, zullen banken ook in de toekomst onverantwoorde risico’s nemen.

Al weer vier jaar focust de politieke en maatschappelijke discussie zich op de beloning van bankbestuurders. Die beloning is inmiddels transparant en vatbaar gebleken voor beleid, toezicht en maatschappelijke druk. De noodzakelijke cultuuromslag bij de uitvoerende bankiers zal er in mijn ogen niet mee worden bereikt. Daarvoor zullen de banken zich moeten afvragen waarom zij zo veel geld betalen aan hun mensen.

De oude liedjes van war on talent en if you pay peanuts, you get monkeys zijn precies dit: achterhaalde en goedkope slogans met hele dure gevolgen. Als we verlangen van bankiers dat ze zich gezonder verhouden tot de rest van de maatschappij, zullen ze weer moeten leren hun beloning te halen uit maatschappelijk nut en aanzien, naast een redelijke financiële beloning.

Als zakenbankier van eind twintig kreeg ik al jaarlijks een envelop overhandigd met bonusbrief. Ik wilde vooral weten of ik mijn werk beter of slechter deed dan de collega’s van mijn lichting. Een echt antwoord of een inhoudelijke beoordeling kwam er meestal niet. Eenmaal buiten haalde ik diep adem en opende ik de envelop. Toen – eind jaren negentig en elk jaar daarna – vroeg ik me af wat ik ermee moest, met zo’n som geld. Zei dat geld iets over mijn kwaliteiten? Mijn vrienden, afgestudeerd en begonnen aan even ambitieuze carrières bij grote bedrijven, kon ik het niet uitleggen. De link tussen de prestatie en de beloning was weg.

Menig bankier begon te geloven dat geld als beloning volstond. Schouderklopjes waren zeldzaam. Een enkeling deed het zelfs alleen nog voor het geld en streefde slechts naar meer.

Het komt me niet vreemd voor om jonge, talentvolle en hardwerkende mensen een wortel voor te houden. Mijn punt is dat de absolute grootte van de wortel veel minder belangrijk is dan de relatieve grootte. Haal van de bonusbedragen een nul af en het effect blijft hetzelfde. Leg meer nadruk op inhoudelijke beoordeling en waardering en je voorkomt dat het gevoel voor wat een redelijke beloning is, zoekraakt.

Uit gedragsonderzoek komt telkens naar voren dat vanaf een comfortabel inkomen de hoogte van de beloning weinig effect meer heeft op de prestatie. Voor bankiersbonussen geldt dit in het bijzonder. Bankiers hebben immers al een prima basissalaris. Terwijl grote internationale bedrijven hun werknemers trots maken door hun één of twee maandsalarissen uit te betalen, gaat het bij bankiers al snel om 50 tot 100 procent – en soms zelfs meer – van het vaste salaris.

Hierbij blijft het niet. Boven op de cao verschenen zogenoemde marktwaardetoeslagen. Deze toeslagen waren bedoeld om uitzonderlijk talent aan te trekken, maar tien jaar later waren ze zozeer usance geworden dat ze zelfs nog steeds werden betaald nadat de markt volledig was ingestort. Bonussen werden gedeeltelijk meegewogen als vast inkomen voor de toekenning van een personeelshypotheek – met rentekorting natuurlijk. Hoge beloningen werden een gewoonterecht. De spiraal ging jaar na jaar opwaarts.

Aan de hand van een voorbeeld zal ik beschrijven hoezeer bonussen onderdeel zijn van de dagelijkse praktijk van bankiers. Ik neem hiervoor woningcorporatie Vestia, die blijkens recente berichten zaken deed met ruim tien grote banken op het gebied van rentederivaten. Nog los van de vermoedelijke fraude gebeurde aanvankelijk grofweg het volgende. Bankiers dekten voor Vestia langjarige renterisico’s af – een goed advies van de bankier, een eenvoudig en nuttig product, een tevreden klant. Maar dan! De bankier keert terug naar zijn afdeling en ontkurkt de champagne. De marge van het langjarige rentecontract wordt hem of haar toegerekend als eenmalige omzet. Gezien de omvang loopt de omzet voor de bankier al snel in de miljoenen – boekhoudkundige miljoenen welteverstaan, in overeenstemming met internationale regels. Deze miljoenenomzet vormt in de logica van de bank voldoende reden om de betrokken bankier een vorstelijke bonus te betalen.

Het jaar erop vraagt zijn of haar baas wel om nog iets meer omzet binnen te halen, terwijl de corporatie nog jaren is beschermd. De druk is groot om dezelfde corporatie een iets exotischer – lees: iets minder nuttig of zelfs overbodig – product te verkopen of om te zoeken naar een nog iets minder financieel onderlegde nieuwe klant. De status (bonus) van de bankier en die van de afdeling binnen de bank zijn immers in het geding.

De boekhoudkundige regels die de basis zijn voor een eenmalig hoge omzet zijn ingegeven door de wens van aandeelhouders om banken onderling te kunnen vergelijken. Dit heet transparantie. Bestuurders verlangen van hun afdelingshoofden elk jaar een budget met een iets hogere omzet dan vorig jaar. Ondanks alle pogingen om persoonlijke targets van bankiers aan een breder belang – risico, samenwerking, bijdrage aan een gewenste cultuur – te koppelen, blijft de behaalde omzet het leidende criterium voor de toekenning van bonussen. Bij gebrek aan zichtbaar leiderschap wordt de status van veel afdelingshoofden bepaald door de grootte van de bonuspot die ze binnenslepen voor hun afdeling.

Het is niet moeilijk om te zien hoe banken, zelfs binnen het kader van hun maatschappelijke nutsfunctie toch steeds weer omstandigheden scheppen voor riskant gedrag. Dit zijn geen speculerende bankiers. De producten zijn in de kern nuttig en transparant. Toch blijkt keer op keer weer: als het goed afloopt, verdient de bankier ‘gewoontegetrouw’ een hoge bonus, maar als het niet goed gaat, betaalt de maatschappij de kosten.

Erik Rammeloo is de afgelopen vijftien jaar als bankier werkzaam geweest bij diverse banken.