Het dode hondje had hem al genoeg gekost

Wie: Marktkoopman Mauro F. (64)

Waar: Rechtbank Amsterdam

Staat terecht voor: het onthouden van zorg aan zijn stervende hondje

De man die met een bestelbusje over het hondje heen is gereden, staat vandaag niet terecht. En dat maakt de van oorsprong Italiaanse Mauro F. (64) woedend. „Wat is dit voor rechtsstaat?” roept hij verontwaardigd naar de politierechter van de Amsterdamse rechtbank.

Aan de vingers van de marktkoopman fonkelen gouden ringen. Rond zijn nek heeft hij een zijden shawltje geknoopt. Zijn witte haar, dat recht van zijn hoofd af groeit, versterkt het beeld van iemand die op het punt staat te ontploffen.

Hij deed het hondje geen riem om, toen hij het in de ochtend van 24 november 2010 uitliet. Buiten liep het beestje steeds speels voor hem uit. Toen het de Slotermeerlaan oprende, zag Mauro F. het gevaar: een naderend bestelbusje, dat overigens niet zo hard reed. Het jankende hondje werd meters meegesleept onder het busje. Dat hij er nog levend onderuit kroop, leek een wonder. Zijn achterkant was volgens getuigen ‘plat’.

Mauro F. pakte het bebloede diertje op. En toen liet hij het weer vallen – in paniek, zegt hij tegen de rechter. Volgens twee getuigen gooide hij het diertje achteloos, „als een stuk vuil”, in de struiken. Hij zei: „Die is niet meer te redden.” Maar het diertje leefde nog, en kwam de struiken uitgestrompeld. Zijn darmen stulpten uit zijn lichaam.

Een van de getuigen belde de dierenambulance, een ander wikkelde het hondje in een deken. Volgens Mauro F. deed de Turkse man die het busje bestuurde niets. „Zonder te discrimineren”, zegt Mauro, „maar moslimse mensen pakken honden nou eenmaal niet op.”

Zijn ex-vriendin had vandaag mee willen komen naar de rechtbank, vertelt Mauro. Ze is boos op hem, omdat hij het hondje niet aan een lijn had. Het was een lief hondje, zegt hij, dat ze hadden meegenomen („geadopteerd”) van een boerderij in Italië.

Mauro F. heeft moeten betalen voor de dierenambulance (300 euro), en voor de prik die het beestje heeft gekregen (75 euro) om het te laten inslapen. Daarom vindt hij het niet terecht dat het Openbaar Ministerie hem ook nog een boete had opgelegd van 150 euro. Hij liet de zaak voorkomen. Het dode hondje had hem al genoeg gekost.

De officier van justitie vindt dat Mauro F. de boete van 150 euro alsnog moet betalen. Hij wil het niet hebben over „wie er schuld heeft aan de dood van het hondje”. Vast staat volgens hem dat meneer F. op een „zeg maar humane manier” met het hondje om had moeten gaan. En dat hij dat niet heeft gedaan.

Mauro F. is het er niet mee eens. Hij was nooit verder dan een meter bij het hondje vandaan gegaan. En hij had het trouwens ook niet in de struiken gegooid – er zijn daar helemaal geen struiken. „Maar ik snap het wel, jullie willen geld hebben. Dat is de Hollandse manier.”

De politierechter komt er in zijn oordeel op terug. „Deze procedure is veel duurder dan de 150 euro die u moet betalen”, legt hij uit. „U hebt het hondje niet zachtjes neergelegd, u hebt het laten vallen. Dat is niet de zorg die je mag verwachten bij een diertje dat hulp nodig heeft.”

Mauro zucht en zegt dat hij zal betalen, al wordt er op de markt tegenwoordig „niets” verdiend.

Buiten de rechtszaal vraagt iemand hem hoe het hondje eigenlijk heette. Het had een een heel mooie naam, zegt Mauro, maar die kan hij zich nu even niet herinneren. Komt door de stress van de rechtszaak.

    • Merel Thie