Hardnekkige mythe onderuit

Al 38 jaar denkt Nederland dat zijn nationale voetbalelftal een soort wereldwonder is. Eén gouden medaille op het EK van 1988 en drie zilveren medailles op de WK’s van 1974, 1978 en 2010 hebben de natie daarin bevestigd. Dit gevoel van uitverkorenheid is, zoals meestal met predestinaties, omgeven door mythes. Zo wordt de ‘Hollandse school’ een conceptuele schoonheid toegedicht, waarvoor de rest van de wereld a priori siddert. Wie kanttekeningen plaatst, is een spelbreker.

Hoewel voetbal en politiek verschillende genres zijn in het nationale zelfbewustzijn, is het verleidelijk het falen van Oranje te vergelijken met de houding van Nederland in de eurocrisis. Onze eigendunk staat een realistische beoordeling van krachtsverhoudingen in de weg. Het Duitse blad Der Spiegel vatte dat vorige week al samen: Ich oder Wir?

Drie opeenvolgende wedstrijden liet het Nederlands elftal blijken dat het koos voor het ‘ik’. Dat is alleen acceptabel als dat egocentrisme ook wat oplevert. Het omgekeerde was het geval. In de nabeschouwingen viel daarom om de haverklap het begrip ‘organisatie’. De ploeg, die bij het WK in Zuid-Afrika het gebrek aan onweerstaanbare kwaliteit compenseerde met teamgeest, was nu een schim van zichzelf.

Het ligt voor de hand bondscoach Bert van Marwijk daarop aan te spreken. Door zijn koudwatervrees voor improvisatie en experiment was hij niet in staat zich aan de omstandigheden aan te passen. Zijn greep op de spelers was uitgewerkt. De hoogmoed van Oranje, dat op vierenhalf uur slechts drie kwartier lekker speelde, eindigde zoals het spreekwoord voorspelt.

Maar de teloorgang op het EK is niet alleen de verantwoordelijkheid van de coach. Waarom wilde teammanager Hans Jorritsma zo graag kwartier maken in een hotel in Krakau, 1.300 kilometer westelijk van Charkov (Charkiv in het Oekraïens)? Werd voor Krakau gekozen omdat de KNVB dacht dat de kwartfinales in Gdansk of Warschau hoe dan ook zouden worden gehaald? Of ontsproot dit plan aan een benepen geest die bang is voor het ‘wilde Oosten’ met zijn maffia, drank en hiv?

Eén ding staat vast. Dankzij misplaatste arrogantie bleef het niveau onder de maat van een grootmacht. Want een grootmacht is Nederland. Bijna nergens ter wereld wordt zo massaal in clubverband gevoetbald. Qua ledental per hoofd van de bevolking is de KNVB net zo machtig als de DFB in Duitsland en anderhalf keer zo groot als de RFEF in Spanje.

Ook het succesvolle jeugdplan illustreert dat Nederland geen kleintje is. Het na een nederlaag vaak gehoorde verweer dat het maar behelpen is met ‘onze’ Mickey Mouse-competitie raakt kant noch wal. De KNVB moet na het fiasco vooral de eigen leiding tegen het licht houden.