Geef kind geen croissants en energiedrank als ontbijt

Er zijn te veel dikke kinderen. Dat komt vaak door luie ouders, die hun kinderen niets willen onthouden. Dan moeten de scholen maar streng zijn en die vette hap verbieden.

Als ik ’s morgens mijn dochter naar school heb gebracht, kom ik op mijn weg naar de supermarkt veel scholieren tegen. Ze haasten zich om op tijd in de klas te zijn, kauwend op hun net aangeschafte ontbijt. Beginnen wij thuis de dag met volkoren boterhammen en een beker melk; deze leerlingen niet: in een hand een doorzichtig zakje met croissants, in de andere een blikje energiedrank.

Nu moet ik zeggen dat een ovenverse croissant op zijn tijd een heerlijk je-ne-sais-quoi aan je ontbijtje geeft, maar als dagelijks begin van de dag lijkt het me minder geschikt – alleen al omdat er 130 kilocalorieën in zitten. Een leerling die met zijn ontbijt 150 centiliter cafeïnedrank naar binnen heeft gewerkt, lijkt me geen pretje in de klas. En dan zeur ik verder niet over de schade aan de tanden zo’n drankje doet, want er is geen tijd voor poetsen.

Vetzucht onder kinderen is ook in onze wijk een groot probleem. In de klas van mijn dochter (groep drie) tel ik van de zestien leerlingen er twee die echt te dik zijn. Verder zie je een aantal kinderen steeds meer groeien in de breedte, en enkele ervan ontbijten ’s morgens uit de supermarkt. Het Voedingscentrum liet begin juli weer eens een proefballonnetje op om grote voedselverpakkingen te gaan verbieden, maar dat lijkt me niet ter zake doen.

Het is mijns inziens niet de taak van de overheid om te zorgen dat kinderen moeilijker aan vet eten kunnen komen of er minder van kunnen eten. Deze kinderen moeten opgevoed worden, en misschien hun ouders ook wel. Op onze school zijn hele volksstammen die nog nooit een volkoren boterham van dichtbij hebben gezien. Een boterham sméren, al is het een witte, is vaak al te veel werk voor de ouders – vandaar die croissantjes.

Wat ik wil zeggen is dat er een soort gemakzucht en decadentie ten grondslag ligt aan onze dikke jeugd. Ouders vinden het ‘zielig’ om hun kinderen dingen te verbieden, want dan gaan ze zo hard huilen. Ze willen niet al te veel moeite doen voor hun eten, dus koken gaat uit zakjes of met de frituur. Als er al gekookt wordt, want veel mensen in de wijk gaan een paar keer per week naar de friettent, die goede zaken doet.

Kinderen krijgen zakken chips mee naar de speeltuin tegen de honger en ze trakteren tegenwoordig als ze jarig zijn een snoepzak èn een zakje chips, want één ding is ook zo kaal. Tijdens de avondvierdaagse gaan alle kaken voortdurend heen en weer, want ‘het is toch een beetje feest’ en daarom moet er blijkbaar voortdurend gesnoept worden, en na afloop een ijsje gelikt. Het afslankend effect van vijf kilometer lopen kan daar niet tegenop.

We zijn veel te ver doorgeslagen voor het verbieden van grote zakken chips of XL-frietbakjes; dat gaat niet meer helpen. Ik vrees dat het de scholen weer zijn, die dit probleem mogen oplossen. Stamp het er in, dat eten wat je grootmoeder niet zou herkennen meestal slecht voor je lijf is. Laat ze opdreunen dat je lichaam je tempel is, en dat het van eerbied tegenover het Leven getuigd, om die tempel goed te verzorgen! En verbied vet en zoet op school. Dat zal ze hopelijk leren.

    • Mirjam van Zelst