Europa moet de Grieken nu vooral tijd en ruimte bieden

Streng zijn moet, maar niet ten koste van alles. Brussel moet Griekenland de tijd geven om orde op zaken te stellen, na de winst van de pro-Europa-partijen.

In het centrum van Europa haalden velen gisteravond opgelucht adem: ‘onze man in Athene’ won de verkiezingen. Nu ligt de bal bij de andere zestien eurolanden. Zij moeten Griekenland extra tijd geven om te hervormen en bezuinigen. De vraag is of dit lukt. Sommige landen, waaronder Nederland, lijken daar niet happig op.

Uitstel, zegt men in Brussel, is onafwendbaar. Niet alleen omdat de Griekse bevolking na tweeënhalf jaar kaalslag murw en moe is. Niet alleen omdat mensen het langer volhouden om offers te brengen als ze maar perspectief hebben. Maar sinds Griekenland begin maart een tweede pakket leningen van eurolanden en IMF kreeg, heeft het land bijna geen tegenprestatie meer geleverd.

In het zogeheten Memorandum of Understanding is precies vastgelegd welke hervormingen wanneer doorgevoerd moeten worden, in ruil voor de leningen die Griekenland krijgt. Maar half april is alles aan Griekse kant stilgevallen doordat er geen politiek leiderschap meer was. De politici hebben al twee maanden geen enkele handtekening gezet. Ze wachtten eerst op de verkiezingen in mei. Toen die geen duidelijk beeld opleverden, wachtten ze op de verkiezingen van gisteren. „De trojka gaat binnenkort kijken of Athene een nieuwe tranche leningen verdient”, zegt een hoge Europese ambtenaar. „Ze moeten, net als anders, hun huiswerk hebben gedaan. Het oordeel wordt vernietigend. Er is helemaal niets gebeurd.”

Van politici uit eurolanden wordt dus soepelheid en terughoudendheid verwacht, anders loopt alles meteen weer van de rails. Dat is niet eenvoudig. Afgelopen twee jaar liep bijna elk trojka-bezoek aan Griekenland uit op een drama. Dit was niet klaar, dat liep achter. De Grieken kregen extra huiswerk. Als ze dat niet deden, kwamen er geen nieuwe leningen. Er werd gedreigd, gescholden en gesoebat, niet alleen tussen eurolanden en Griekenland, maar vooral ook tussen eurolanden onderling. Dan piekte de onrust op financiële markten tot ongekende hoogten, soms wekenlang. „Dit krijgen we nu in het kwadraat, als we niet oppassen”, waarschuwt de ambtenaar. „Dat straalt meteen af op Spanje en Italië, wat desastreus zou zijn.”

Daarom hebben regeringsleiders, ministers van Financiën en hoge ambtenaren uit eurolanden afgelopen weken achter de schermen vaak gebeld, al dan niet door middel van videolinks, en allerlei teksten en frasen heen en weer gestuurd over wie wat kon zeggen – en vooral ook wat níét. Ook Antonis Samaras, de leider van Nieuwe Democratie, en Evangelos Venizelos van Pasok zijn gevraagd om in vredesnaam niets te zeggen wat ze niet kunnen waarmaken.

Maar soepelheid op korte termijn is niet genoeg. Ook soepelheid op langere termijn is nodig. Nu de populaire protestpartij Syriza in de oppositie belandt, zal zij elk probleem tussen de regering en de trojka proberen uit te buiten. Hoe meer lucht Griekenland van zijn crediteuren krijgt, schat men in Brussel, hoe beter de Griekse regering deze felle oppositie van repliek kan dienen. „Als wij Athene meteen beginnen af te knijpen”, zegt een diplomaat, „zal Syriza zeggen: ‘Zie je wel, dit pakket werkt niet. Weg ermee.’ Dan zitten we over twee, drie maanden wéér met een Griekse crisis.”

Vandaar dat de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Westerwelle gisteravond zei dat als Griekenland de deal uit maart respecteert, „ik me kan voorstellen dat we over de tijdassen praten”. Zijn Belgische collega Reynders liet weten dat er „een marge” is. Volgens de Franse minister van Financiën Moscovici „moet er discipline zijn, maar ook hoop”. Demissionair minister De Jager van Financiën reageerde zuiniger. De nieuwe regering in Athene moet „de economie streng hervormen en de begroting op orde brengen. Met minder kunnen we geen genoegen nemen”.

Donderdag vergaderen de euroministers van Financiën in Luxemburg. Volgende week komen de regeringsleiders bijeen. Gelegenheden te over om te onderhandelen. Niemand denkt dat dit eenvoudig wordt. „Ik hoop dat één land de boel niet gaat torpederen”, zegt een betrokkene in Brussel. Hij doelt op de „gebruikelijke hardliners” als Duitsers, Nederlanders en Finnen.

Uitgangspunt bij de onderhandelingen is dat de doelen overeind blijven: gestage vermindering van tekort en schuld. Over de manier waarop, kan gepraat worden. Kreeg ook Spanje niet een jaar extra? Ook Portugal wijzigde de bezuinigingen na een regeringswisseling in 2011. Op de laatste top werd al gesproken over meer Brusselse subsidie aan Griekenland, om groei te stimuleren.