Europa moddert voort na Grieks ja

Nieuwsanalyse

Dat een Griekse crisis is afgewend lijkt goed nieuws, maar het betekent ook dat de mist blijft hangen over de toekomst van de eurozone.

Als het publiek in het stadion juicht dan weet je als speler waar je aan toe bent, als er een luid boegeroep klinkt ook. Maar wat als er een kille kalmte neerdaalt over de tribunes?

Terwijl de centrale banken en andere financiële autoriteiten zich dit weekeinde schrap zetten voor een Armageddon voor het geval de Griekse verkiezingen in het voordeel van de linke Syriza-partij zouden uitvallen, ging de eurocrisis op de financiële markten vanochtend gewoon door, op de automatische piloot.

Athene achter de rug? Volgende stop: Madrid. Bankaandelen gingen aanvankelijk wat omhoog, de euro veerde iets op. Maar de Spaanse rente liep al snel op tot het hoogste peil in de geschiedenis van de eurozone.

Van regelrechte paniek was geen sprake. Maar er is ook geen opluchting over het feit dat Nieuwe Democratie in Griekenland gisteren de verkiezingen won, en er nu met de socialistische Pasok een stabiele regering kan worden gevormd die de Europese bezuinigingsopdrachten uitvoert en de financiële steun veiligstelt.

En ook geen blijdschap over Frankrijk. En dat terwijl de socialisten van president Hollande toch echt een meerderheid in het parlement hebben, hetgeen hem de slagkracht geeft om de eurocrisis te lijf te gaan.

Het feit dat een rampscenario is afgewend is op zichzelf niet voldoende. Het betekent alleen maar dat de eurolanden kunnen doorgaan op de ingeslagen weg. Maar waar die naartoe leidt weet nog steeds niemand. Op basis van de afgelopen twee jaar is er wel een slag naar te slaan: voortmodderen 2.0, een verlenging van de martelgang die voert van zelfgemaakte politieke klifhanger naar marktcrisis en weer terug, terwijl intussen het fundament van de economie verbrokkelt onder de voeten van een radicaliserend electoraat.

Vanmiddag en morgen vindt de bijeenkomst van de twintig belangrijkste landen van de wereldeconomie (G20) plaats in Mexico. Daar mogen geen wonderen van worden verwacht. Opkomende landen als Brazilië en China zullen er hun hart luchten over Europa’s besluiteloosheid, de VS zijn goeddeels verlamd door hun eigen aanstaande verkiezingen in november. De Europese landen zullen zich in verband met hun crisis sterk maken voor een vergroting van de slagkracht van het Internationale Monetaire Fonds met 340 miljard euro – een bedrag dat grotendeels moet worden opgehoest door de grootste aandeelhouders: de eurolanden. Zij betalen dus ten bate van zichzelf.

De G20-top dreigt te worden meegezogen in het voortmodderscenario, waarna de aandacht wordt verlegd naar de Europese top van eind volgende week. Griekenland heeft twee maanden stilgestaan en is ver achterop geraakt met de bezuinigingen. Een nieuwe regering zal betere voorwaarden voor de steun bedingen – en waarschijnlijk ook krijgen.

De Franse president Hollande pleit inmiddels voor een Europees investeringsinitiatief van 120 miljard euro. Geld dat er niet is, en vooral uit ‘onderbenutting’ van bestaande Brusselse fondsen moet worden gehaald. EU-president Van Rompuy zinspeelt intussen op eurobonds-light: gemeenschappelijke staatsleningen. Maar dan wel met een maximum van de in Europa afgesproken schuld: 60 procent van het bruto binnenlands product van een lidstaat.

Geen van deze initiatieven raakt echt aan de discussie over de heilige drie-eenheid waar de eurozone hoe dan ook op afstevent: bankenunie, begrotingsunie, politieke unie. Het begint er op te lijken dat er een echte, acute crisis nodig is om dat proces vlot te trekken. En dat leidt tot de vraag-die-niet-gesteld-mag-worden: was het misschien beter geweest als Syriza de verkiezingen in Griekenland gisteren wél had gewonnen?

Misschien, maar reken erop dat de acute fase vanzelf komt. Met de omhoog sluipende rentes van Spanje kondigde het volgende bedrijf zich vanmorgen al weer aan.

Commentaar: pagina 2

In het nieuws: pagina 4-6

    • Maarten Schinkel