Derwig zonder dwingende visie

Kat op een heet zinken dak door Toneelschuur Producties. Gez: 17/6. T/m 30/6 Toneelschuur, Haarlem.

Nerveus, wapperend met haar handen, een stem die prachtig door emotie is aangeraakt: Karina Smulders houdt een half uur lang de openingsmonoloog in Tennessee Williams’ klassieke familiedrama Kat op een heet zinken dak (1955). Zij, Maggie, is de kat die wil vluchten maar het niet kan: ze zit opgesloten in een relatie met de alcoholverslaafde Brick, gespeeld door Barry Atsma. Ze wil een kind, maar Brick is verliefd op de whiskyfles.

Na de indrukwekkende monoloog van Smulders treedt Gijs Scholten van Aschat op als Big Daddy, de oude en doodzieke patriarch van de familie. Ook hij is onophoudelijk aan het woord.

In een fantasieloos, grauw decor met donkere, openslaande deuren brengt acteur Jacob Derwig met Kat op een heet zinken dak zijn regiedebuut. Ook de kostumering is smakeloos.

Een acteur die gaat regisseren: is dat vragen om moeilijkheden? Niet altijd. Nu wel. Wat schort aan deze voorstelling is een dwingende visie op het stuk. Derwig is een spelregisseur die zijn acteurs alle mogelijkheden geeft te excelleren, en dat doen ze. Marieke Heebink als moeder is verrukkelijk vilein. Zij reddert wat er te redderen valt.

Derwig houdt zich trouw aan het stuk, maar onderschat de cruciale rol van Atsma. Brick vormt de spil van het drama. Door de nadruk te leggen op zijn zieligheid vervliegt de kern. Nu rommelt Atsma wat met een kruk, tinkelt met ijsblokjes in een glas. Hij is een week moederskind.

Hij zou als alcoholverslaafde gevaarlijk moeten zijn, een bom die op springen staat. Dat is hij niet. Dat maakt deze Kat... jammerlijk zieltogend.

    • Kester Freriks