De eerste hooligans: bang voor een blinde hond

Volgens de Grote Van Dale dateert het woord hooligan in de betekenissen ‘vandaal, herrieschopper, m.n. voetbalvandaal’ van na 1950. Die informatie is inmiddels achterhaald. Correct zou zijn om hooligan van twee betekenissen te voorzien. De jongste betekenis is ‘voetbalvandaal’ en die dateert inderdaad van na 1950 – ik zal dat zo preciseren. Maar de oudste betekenis is ‘lid van een straatbende, straatrover, relschopper, vandaal’, en in die betekenissen is het woord een stuk ouder.

De herkomst van hooligan is niet met zekerheid bekend. Het woord dook in 1894 voor het eerst op in Britse kranten voor ‘lid van een straatbende, relschopper’. Ook toen wist men niet waar het vandaan kwam. Eén Britse journalist, Clarence Rook, beweerde in 1899 met grote stelligheid dat het nieuwe woord z’n bestaan dankte aan Patrick Hooligan of Hoolihan, een beruchte gang leader van Ierse komaf die een Londense agent had vermoord. Probleem is echter dat hiervoor nadien nooit bewijzen zijn gevonden. De andere theorieën – er zijn er zeker vijf – lijden aan hetzelfde euvel.

Aan het eind van de 19de eeuw trok het excessieve geweld van de Londense Hooligan Gangs internationaal de aandacht. Nederlandse kranten wijdden in 1899 en 1900 zeker zes artikelen aan deze ‘straatschuimers’ of ‘straatschenders’. In die artikelen duiken de woorden hooligan en hooliganism(e) voor het eerst op. Het Algemeen Handelsblad kwam in 1903 met deze definitie: „De Hooligan is de decadent der misdadigers, een schepsel vol lage, gemeene neigingen, ontzenuwd van der jeugd af door drank, tabak en uitspattingen, hij is laf, laaghartig, valsch; valt een eenzame vrouw, een klein kind, een zwakken man aan, alleen om ze kwaad te doen, te mishandelen, te pijnigen; zelfs dat durft hij enkel wanneer hij met een troep anderen te zamen is; zonder kanuiters [bedoeld is kornuiten] zou hij voor een blinden hond op de vlucht slaan.”

In 1905 braken er in diverse Russische en Poolse steden, waaronder Warschau en Lodz, grote rellen uit. Burgers werden beroofd en vermoord en al snel moesten met name de Joden het ontgelden. In de berichten hierover werd hooligan voor het eerst gebruikt voor straatschenders in het algemeen. Toen de Middelburgsche Courant het woord op 4 november 1905 gebruikte, stond tussen haakjes als verklaring: „een internationaal woord voor het uitvaagsel van een stad”.

In de decennia daarna bleef het woord op deze manier in gebruik, vanaf het eind van de jaren vijftig ook voor nozems in Nederland en elders. Zo lezen we in 1959 in het Nieuwsblad van het Noorden in een reportage over nozems in Hongarije: „Echte nozems heeft Boedapest ook. Ze heten ‘hooligans’, drinken, luieren, vechten, vallen vrouwen lastig en dragen soms pistolen.”

De eerste grote voetbalrellen in Nederland vonden plaats in 1974, bij de wedstrijd tussen Feyenoord en Tottenham Hotspur. Duizenden Britse supporters zwalkten al voor de wedstrijd stomdronken door Rotterdam. De hoofdinspecteur van de Rotterdamse politie, die met enkele van zijn mannen de zaak wilde sussen, werd neergeslagen, maar de wedstrijd ging door en er vielen zo’n 150 gewonden.

Sinds die wedstrijd kreeg hooligan er in het Nederlands een nieuwe betekenis bij die de oude grotendeels verdrong. Hooligan werd niet langer gebruikt voor lid van een straatbende of voor vandaal in het algemeen, maar voor ‘voetbalvandaal’. En aanvankelijk zelfs speciaal voor ‘Britse voetbalvandaal’. „Het Engelse voetbal”, concludeerde Hans Molenaar in 1975 in EuropaCup ’74-75, „is op het ogenblik voor velen synoniem aan rellen, aan hooliganism.”

Je zou dus kunnen zeggen dat we dit Engelse woord twee keer importeerden: beide keren uit Londen, niet alleen de thuishaven van de beruchtste Britse straatbendes, maar ook van de Spurs.

    • Ewoud Sanders