De Bovenbazen (32)

De heer Steenbreek bracht heer Bommel ontsteld naar de bungalow waar aws verbleef.

‘Hier is obb, meneer Steinhacker,’ sprak hij eerbiedig, terwijl hij Tom Poes de deur uitwerkte. ‘Ik weet nu wat hij in het zuiden gedaan heeft. Hij heeft spinnen gevangen, om de natuur te helpen. ddt deugt niet, zegt hij.’

Hij zweeg en keek met een opkomende glimlach naar het opzwellen van zijn werkgever, die het gehoorde verwerkte.

‘D-de natuur h-helpen?’ stamelde aws paars.

‘Ja,’ zei heer Ollie trots. ‘Tegen de kevers. U weet wel.’

Nu sprong de magnaat driftig achter zijn bureau vandaan en drong op zijn gast in.

‘Natuur?’ schreeuwde hij in grote opwinding. ‘Bah, meneer! De natuur is de vijand van het kapitaal. De natuur werkt gratis! En gratis is een vloek! Een gruwel! Niet de natuur moet produceren! Wij moeten produceren! Wij! Wij zelf!’

In deze geest tierde hij nog enige tijd voort. Doch heer Bommel, die aanvankelijk een weinig uit het veld geslagen was, luisterde niet meer.

‘Ik snap het,’ sprak hij stil voor zich heen. ‘Daar zit iets in. Spinnen vangen is héél eng voor iemand van mijn stand. Nee, we moeten zelf produceren…’

De oliekoning liet verbluft de armen zakken en keek hem verbluft aan.

‘Wat produceren?’ vroeg hij.

‘Spinnen natuurlijk,’ zei heer Ollie.

    • Marten Toonder