De boeken van de overleden Baantjer

Na je dood twee nieuwe titels in de bestsellerlijst op je naam die je niet zelf hebt geschreven: respect. Respect dus voor A.C. Baantjer (1923 – 2010), die al in 1963 met zijn eerst boek over rechercheur De Cock kwam. Baantjers De Cock en de onzichtbare moordenaar (De Fontein, € 9,95) – scenario en boekbewerking Piet Römer – staat op plek 32 in de CPNB-bestsellerslijst. En ook een andere titel van Baantjer staat erin: Een mes in de rug (Lebowski, € 9,95 – plek 40). Collega Simon de Waal schreef die laatste: samen schreven ze enkele Baantjer & De Waals, sinds Baantjers dood, is het De Waal & Baantjer.

Je zou dus denken dat de kern van het succes in de naam Baantjer ligt. Wie het boek ook schrijft, Römer of De Waal, zet Baantjer op de cover en je hebt een bestseller. Maar er is meer aan de hand.

Natuurlijk ligt de aantrekkingskracht wel een beetje in die naam Baantjer. Hij heeft echt aan de Warmoesstraat gewerkt, er zijn speurtochten in de Jordaan (‘met lijk!’ staat er op de site over die speurtochten) onder de naam Baantjer en dat de tv-serie zo heet kan ook geen kwaad. Maar wat je niet moet onderschatten is de gezellige sfeer. Baantjers zijn de gezelligste detectives van Nederland.

De namen van de rechercheurs en verdachten alleen al zijn gemoedelijk: rechercheur Peter Opperdoes, Flipje (een dief die de sloten laat flipperen), Ruud de Gullek, etc. Majoor Bosshardt wordt tijdens verhoren aangehaald zodat rechercheur en verdachte een gemeenschappelijke kennis hebben, de tante Leentjes lopen nog steeds op de Wallen, ook al is de wereld harder geworden, en er is wat schattig geklaag over de manier van verhoren die ook niet meer geweest is wat het was. Er vallen doden die hun lot te danken hebben aan een ongeval, maar gelukkig weten De Cock of Peter Opperdoes altijd beter.

En toch is de gemoedelijkheid ook niet dé reden voor het succes. Als liefhebber van de oude inspecteur Barnaby in Midsomer Murders weet ik waar die wel in zit. Die zit in de onovertroffen burgerlijkheid. Zo is De Cock na 35 jaar huwelijk nog steeds dolgelukkig met zijn vrouw. Ze gaan samen een weekendje weg, en terwijl hij beneden een cognacje drinkt gaat zij naar de sauna en een wellness-afdeling. ‘„Laat maar aan je frunniken. Ik wacht wel op je in de bar”, zei De Cock tegen zijn vrouw. „Als je mij dan nog herkent”, antwoordde zijn vrouw koket en ze verliet de hotelkamer. De Cock moest grinniken. Hij had een vrouw uit duizenden, dat wist hij vijfendertig jaar geleden al. En die zou hij niet herkennen?’

In dergelijke zinnen zit de crux, zoals de charme van Midsomer Murders zit in de momenten waarop de vrouw van Barnaby haar ooglapje voordoet als ze in haar veel te grote pyjama gaat slapen. Je ziet de vrouwen van de bevlogen rechercheurs de tafel dekken, hun gekookte aardappeltjes op tafel zetten en soms uit de band springen met een wellnesskuur. En nooit zal een van die vrouwen vergeten te zeggen: dat dat bij de prijs zit inbegrepen. Geweldig.