De bankier van God bungelt aan een brug

Ex-bankier van de paus vreest voor zijn leven, schreef de Financial Times vorige week. Het was de kop boven een artikel over de druk op Ettore Gotti Tedeschi nadat hij vorige maand onverwachts opzij was geschoven als president van de bank van het Vaticaan, het Instituut voor Religieuze Werken (IOR). Iedere Vaticanist moest toen onwillekeurig denken aan 30 jaar geleden. In de vroege ochtend van vrijdag 18 juni 1982 werd een man die toen ook de bankier van de paus werd genoemd, Roberto Calvi, dood gevonden, hangend onder de Blackfriars brug in Londen. Calvi was president van de Banco Ambrosiano, die nauwe financiële banden had met het IOR en kort daarvoor failliet was gegaan. Ben van der Velden, NRC-correspondent in Rome, beschreef na het weekeinde hoe het stoffelijk overschot half in het water had gehangen en dat er voor duizenden guldens aan buitenlands geld in Calvi’s zakken zat. „Het is nog onduidelijk of (Calvi) zelfmoord heeft gepleegd of is vermoord”, zo begon Van der Velden zijn artikel. Calvi was de spil in een enorm financieel en politiek schandaal. Rond zijn dood zijn veel complottheorieën gesponnen, met als ingrediënten een mix van Vaticaan, maffia (voor wie Calvi geld zou hebben witgewassen) en de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due, een geheim netwerk dat probeerde een staat binnen de staat te vormen. De Britse justitie oordeelde aanvankelijk dat het zelfmoord was, maar veranderde dit een jaar later in een open uitspraak: we weten het niet. In 1998 werd het stoffelijk overschot opgegraven, en volgens het forensisch onderzoek daarna is Calvi inderdaad vermoord. Verschillende Italiaanse rechtbanken kwamen tot dezelfde conclusie: moord. Maar in 2007 gingen de vijf verdachten (onder wie een paar maffiosi) vrijuit wegens gebrek aan bewijs.