Albrecht luid in Mahlers ‘Lied’

Nederlandse Philh. Orkest o.l.v. Marc Albrecht. 17/6 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 18/6.

Marc Albrecht begon in september zijn eerste seizoen als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest met een voortreffelijke Zesde symfonie van Mahler. Hij eindigt nu met een wat wisselvallige uitvoering van Mahlers Das Lied von der Erde. Vooraf klonk Beethovens vitale en uitbundige Achtste symfonie. Mahlers melancholieke liederensymfonie verhaalt over de deels duistere keerzijde daarvan: leven, dood en nieuw opbloeiend menselijk leven, zoals de eeuwige afwisseling der seizoenen in de natuur.

Beethovens Achtste klonk sterk, krachtig, ritmisch en contrastrijk. Maar Albrechts vaak luide aanpak leek ook wat te eenvoudig en te weinig gedetailleerd. Soms was het tempo iets te snel en hadden de hoekige fortes een massieve klank. Gastdirigent Karl-Heinz Steffens wist een week eerder Beethovens Zevende symfonie met subtieler gedoseerd effect te laten overrompelen.

Albrecht is een ervaren en enthousiaste Mahlerdirigent, die al voor zijn aantreden in Amsterdam de Tweede en de Derde symfonie dirigeerde. Maar in Das Lied von der Erde veroorzaakt hij te vaak het klassieke probleem: het orkestraal overstemmen van de twee solisten. Ze mogen niet slechts bij vlagen verstaanbaar zijn want elk woord van de uit het Chinees vertaalde poëzie telt.

Voor het overige realiseerde Albrecht indringende kamermuzikale passages, zoals in het huiveringwekkende tussenspel in het lied Der Abschied. De mezzosopraan Alice Coote voldeed, al heeft ze meer hoogte dan laagte in haar stem. De uitstekende Oostenrijkse tenor Nikolai Schukoff, die inviel voor zijn Duitse collega Burkhard Fritz, bleek met gebaar, houding en mimiek een opmerkelijk acteur in de uitbeelding van zijn teksten. Na Der Trunkene im Frühling wankelde hij weg.