Stoelgang via de wc is een mensenrecht

Slechte sanitaire voorzieningen belemmeren de economie. Toch zijn er meer mensen met een mobiele telefoon dan met een wc. Paul Luttikhuis

Varanasi aan de Ganges. 0,5 miljard mensen drinken uit de Indiase rivier, een open riool. En één gram poep kan tien miljoen virussen bevatten. Foto AFP

De pretoogjes van Gopal Dongol kunnen zelfs op de foto niet verhullen dat hij zich ongemakkelijk voelt. Terwijl de Nepalese boer uit het dorp Khokana een aardappel inspecteert, wordt ook om hem heen gegniffeld. De aardappelen komen van een veld dat is bemest met ontlasting van de dorpsbewoners. De foto staat in een rapport over het effect van urine op de productiviteit van de landbouw. Tegenwoordig worden de poep en pies van de bewoners van Khokana met behulp van speciale wc’s verwerkt tot compost. Toen ze die wc’s nog niet hadden, zochten de dorpsbewoners een plek in de openlucht om hun behoefte te doen.

In Khokana weten ze mogelijk niet dat ergens aan de andere kant van de wereld, in Rio de Janeiro, van woensdag tot vrijdag wordt vergaderd over het internationale milieubeleid. Behalve tientallen staatshoofden, ministers en ambtelijke delegaties zullen milieuorganisaties, multinationals, belangengroepen en wetenschappers – bij elkaar zo’n 50.000 mensen – zich buigen over The Future we want (‘de toekomst die we willen’), zoals de titel van het slotdocument zal luiden. Twintig jaar na de Earth Summit in Rio praat de wereld in dezelfde stad op de conferentie Rio+20 opnieuw over het milieubeleid. Er zullen grote woorden en goede bedoelingen klinken, over duurzaamheid, bescherming van biodiversiteit en een ‘groene’ economie. Khokana is de praktijk.

Wembley

Er zijn veel landen zoals Nepal, waar het platteland en de sloppenwijken van de steden amper sanitaire voorzieningen kennen. Vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, maar ook in delen van India en Zuidoost-Azië, in Pakistan en Afghanistan, op het Russische platteland en in sommige landen in Latijns-Amerika. De Nederlandse kroonprins Willem-Alexander, enigszins beschaamd over het toiletpotwerpen waar hij op Koninginnedag aan meedeed, wees er een paar weken geleden op dat volgens de Verenigde Naties 2,5 miljard mensen wereldwijd niet beschikken over een degelijk toilet. Van hen heeft 1,1 miljard geen enkele voorziening. Op het platteland zijn mensen aangewezen op een plek tussen de struiken, achter een boom, langs een rivier of in een rijstveld, en in sloppenwijken op een plastic zak die in het beste geval op de afvalberg verdwijnt. Als al die poep zou worden verzameld, kan daarmee iedere dag het Wembley Stadion tot de nok toe worden gevuld.

Volgens de Verenigde Naties hebben mensen recht op een wc, althans op de toegang tot een sanitaire voorziening die voorkomt dat ze in aanraking komen met hun eigen uitwerpselen. Halvering van het aantal mensen zonder wc behoort daarom tot de zogeheten millenniumdoelstellingen die in 2015 (met 1990 als ijkjaar) bereikt moeten zijn – net als de toegang tot schoon drinkwater, het terugdringen van armoede en extreme honger, gelijke behandeling van mannen en vrouwen, vermindering van kindersterfte en sterfte van vrouwen tijdens zwangerschap of bevalling, en basisonderwijs voor alle kinderen.

Maar nu al is duidelijk dat de millenniumdoelstelling voor sanitaire voorzieningen niet zal worden gehaald – in tegenstelling tot bijvoorbeeld halvering van het aantal mensen zonder veilig drinkwater, wat twee jaar geleden wel werd bereikt. Niet driekwart, zoals afgesproken, maar slechts tweederde van de mensheid zal in 2015 een eigen wc hebben, ook al is dat nog altijd 1,8 miljard meer dan in 1990. Verreweg de meeste nieuwe toiletgebruikers wonen in China en India. Op het Afrikaanse platteland is nauwelijks sprake van vooruitgang, en soms zelfs van achteruitgang.

De betrokkenen zelf vinden dat vaak niet zo erg, velen zeggen een wc helemaal niet te missen. Ook de bewoners van Khokana in Nepal moesten erg wennen aan hun latrines, en niet alleen omdat die ecologisch verantwoord waren. Er zijn verhalen van Indiërs die weigerden hun nieuwe, kraakheldere appartementen te betrekken, omdat er – heel onsmakelijk! – binnenshuis een hokje was om te poepen. En in een afgelegen gehucht op het platteland in Nigeria moesten ze niets hebben van de wc’s die de autoriteiten wilden aanleggen. Je uitwerpselen verheerlijken door er een hutje voor te bouwen, zoiets doe je niet. Pas toen het dorpshoofd dreigde te worden gearresteerd, gingen de bewoners akkoord. Er werden drie latrines gebouwd, maar niemand gebruikte ze.

Poepveldje

Het is dan ook geen toeval dat er wereldwijd veel meer mensen zijn met een mobiele telefoon, dan met een wc. Als mensen kunnen kiezen, geven ze de voorkeur aan elektriciteit in huis en niet aan een toilet. Dat lijkt logisch, want een poepveldje is altijd wel ergens te vinden, terwijl elektriciteit niet zomaar beschikbaar is. Toch wordt daarmee het belang van goede sanitaire voorzieningen onderschat. Het Water and Sanitation Program (WSP) van de Wereldbank noemt het ontbreken ervan een ernstige belemmering voor de groei van welvaart en economie.

Uit een onderzoek van de Wereldbank in achttien van de armste Afrikaanse landen blijkt dat die jaarlijks 4,3 miljard euro aan inkomsten mislopen door gebrekkige sanitaire voorzieningen. Pakistan verliest ieder jaar 4,5 miljard euro en India ongeveer 50 miljard. Afhankelijk van het land betekent dat een verlies van 1,1 tot 3,9 procent van het bruto binnenlands product. Iedere euro die wordt geïnvesteerd in wc’s levert volgens de Wereldbank zo’n zeven euro op (ter vergelijking: het rendement van een investering in schoon drinkwater is ruim drie euro per geïnvesteerde euro).

De grootste schade wordt veroorzaakt door ziektes die het gevolg zijn van gebrekkige sanitaire voorzieningen en onvoldoende aandacht voor hygiëne. Diarree, in rijke landen vaak niet meer dan een hinderlijke virusinfectie, eist in ontwikkelingslanden ieder jaar 1,7 miljoen mensenlevens, veelal jonge kinderen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO sterven in Afrika per uur 115 mensen aan ziektes door vervuild drinkwater – behalve diarree ook cholera, dysenterie, tyfus en hepatitis A. En heel vaak is die vervuiling het gevolg van het ontbreken van sanitaire voorzieningen. Zo is de rivier de Ganges behalve een bron van drinkwater voor een half miljard mensen ook een open riool, waarin per minuut ruim een miljoen liter ongezuiverd afvalwater wordt gedumpt. En dan te bedenken, schrijft de WHO, dat één gram poep tien miljoen virussen, één miljoen bacteriën, duizend parasieten en 100 wormeneieren kan bevatten.

De economische schade blijft echter niet beperkt tot ziektes. Wie geen wc heeft, is veel tijd kwijt (bij elkaar opgeteld twee tot drie dagen per jaar) met het vinden van een beschutte plek om zijn behoefte te doen. Vrouwen worden tijdens die zoektocht bovendien gemakkelijk het slachtoffer van verkrachting – juist omdat ze een plaats zoeken waar ze niet gezien worden. Veel meisjes gaan als ze ongesteld zijn niet naar school als daar geen wc is. Daardoor lopen ze geleidelijk aan een onoverbrugbare achterstand op, met als risico dat ze uiteindelijk helemaal niet meer naar school gaan – terwijl onderzoek laat zien dat een daling van het analfabetisme onder vrouwen met 10 procent een stijging van het bnp met 0,3 procentpunt betekent.

Opeten

Het verbeteren van sanitaire voorzieningen is dus niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor economische en sociale ontwikkeling. En er zijn ook indirecte voordelen, zegt Carolien van der Voorden van de WSSCC, waarin verschillende organisaties op het gebied van schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen samenwerken. „Of het nu gaat om het bouwen van een ziekenhuis of om een investering in de kwaliteit van het onderwijs, verbetering van sanitaire voorzieningen versterkt de effectiviteit van ontwikkelingshulp”.

Dat past uitstekend in de ‘Verklaring van Rio over milieu en ontwikkeling’, het slotdocument van de grote Earth Summit in 1992, dat een ijkpunt werd voor het internationale milieubeleid. In dat document wordt armoedebestrijding een voorwaarde genoemd voor duurzame ontwikkeling.

Daarom is het zo opmerkelijk dat het belang van goede sanitaire voorzieningen vaak wordt onderschat. Volgens Carolien van der Voorden heeft dat veel te maken met gêne. Poep en pies zijn geen gemakkelijk gespreksonderwerp. Plattelandsbewoners willen er vaak niet over praten en politici en beleidsmakers in ontwikkelingslanden kunnen er niet mee scoren.

Organisaties als de WSSCC spelen tegenwoordig in op dat gevoel van schaamte bij de lokale bevolking. In het verleden werd nadruk gelegd op de gezondheidsaspecten van gebrekkige voorzieningen, vertelt Van der Voorden, maar dat leidt zelden tot gedragsverandering – anders zouden veel rokers ook al lang zijn gestopt. Projecten werdennogal eens van bovenaf georganiseerd, in de veronderstelling dat de betrokkenen vanzelf de voordelen zouden inzien. Tegenwoordig worden dorpelingen er veel meer bij betrokken. Ze wandelen samen langs plekken waar ze hun behoefte doen, mogen uitrekenen hoeveel poep ze dagelijks verspreiden en worden uitgedaagd om een slok water te drinken uit een glas waarin is geroerd met een haartje dat eerst even door de poep is gehaald. Zo komen ze zelf tot de conclusie dat ze elkaars ontlasting opeten.

Sommige critici vinden deze methode politiek incorrect, omdat mensen worden afgeschilderd als smerig. Maar hij werkt wel, zegt Van der Voorden. In een folder uit 2008, door de Verenigde Naties uitgeroepen tot jaar van de sanitaire voorzieningen, staat een citaat van Willem-Alexander, voorzitter van een VN-adviesgroep over dit thema. Volgens de prins zijn schoon water en sanitaire voorzieningen niet alleen een kwestie van hygiëne en ziektes, maar ook over waardigheid: „Eigenwaarde begint met het hebben van een veilige en schone toiletvoorziening.”