Witte bloedcellen helpen virus bij aanval op kanker

Bepaalde virussen kunnen gericht kankercellen doden. Het probleem is echter dat dergelijke virussen, als ze in een ader worden ingespoten, slachtoffer kunnen worden van een afweerreactie en daardoor de tumor niet bereiken. Toch blijkt dit soms wel te lukken.

Dat virussen gericht kankergezwellen kunnen aanvallen is zo’n veertig jaar geleden bij toeval ontdekt toen een tienjarige Oegandese jongen spontaan genas van Burkitt’s lymfoom nadat hij de mazelen had gekregen. Sindsdien is ook van andere, meer onschuldige virussen vastgesteld dat ze oncolytisch zijn, oftewel kankercellen vernietigen.

Onderzoekers in Leeds hebben nu vastgesteld waardoor dit kan. Zij vonden dat de virussen meeliften met witte bloedcellen. Als ware paarden van Troje brengen de cellen de kankerdodende virussen via de bloedbaan naar de tumor. Als ze deze binnendringen komt het virus vrij en doodt de kankercellen. Gezonde cellen worden ongemoeid gelaten (Science Translational Medicine, 13 juni).

Eén van deze oncolytische virussen is het reovirus, een bekend verkoudheidsvirus. Dat wil niet zeggen dat ieder besmetting met reovirus kanker geneest. Het virus werkt alleen in tumoren die ontstaan als gevolg van een kankerbevorderende mutatie – toch nog zo’n 30 procent van het totaal aantal kankergevallen. Belangrijker is echter dat vrijwel iedereen er ooit mee besmet is geweest en er dus antistoffen tegen heeft. Die zouden het virus zodra het vrij in het bloed komt opsporen en vernietigen. Dat is natuurlijk te voorkomen door het virus rechtstreeks in de tumor te spuiten, maar dat is alleen doenlijk als deze makkelijk te bereiken is. Voor bijvoorbeeld lever- of maagkanker is het geen optie.

De praktijk is gelukkig minder weerbarstig. Onderzoek bij muizen en kleine groepjes patiënten met zeer vergevorderde vormen van kanker wees uit dat virusdeeltjes soms toch in staat zijn om via het bloed tot de tumor door te dringen. Hoe dat kon was echter onduidelijk.

Om dat na te gaan spoten de onderzoekers het virus in bij tien patiënten met naar de lever uitgezaaide dikkedarmkanker. Bij onderzoek van hun bloed vonden ze de virusdeeltjes alleen in of aan – dat is nog onduidelijk – witte bloedcellen en bloedplaatjes. In het bloedplasma ontbraken ze geheel. En minstens zo belangrijk, het virus bereikte ook de uitzaaiingen en was er actief.

Het onderzoek richtte zich vooral op de vraag hoe reovirus er toch in slaagt om via het bloed tumoren te bereiken. Daarom zegt het niets over de vraag of en in hoeverre het de tumoren definitief uitschakelt en de overlevingskansen van patiënten verbetert.