Wie niet vernieuwt, roest vast

Het Mirakel van Charkov kan zich zondag voltrekken. Of niet. Hoe dan ook is Oranje te lang in het verleden blijven hangen. Tunnelvisie van de bondscoach en gebrek aan een gezonde concurrentiestrijd in de selectie hebben geleid tot nul punten uit twee duels.

De Duitser Mats Hummels lacht terwijl Joris Mathijsen en Rafael van der Vaart met elkaar discussiëren. Foto AP

Misschien moeten we het de komende dagen eens anders gaan doen. Uit de ogen van Wesley Sneijder droop de vertwijfeling toen hij dit kort na de nederlaag tegen Duitsland vertelde.

Het is niet uitgesloten dat de spelmaker van het Nederlands elftal meer gelijk heeft dan hij bedoelde in de Oekraïense nacht. Als het EK zondagavond voorbij is voor Oranje – maar ook als zich een Mirakel van Charkov voltrekt – is het inderdaad de hoogste tijd om de processen rondom Oranje eens grondig tegen het licht te houden. Niet alleen van de werkwijze van de bondscoach, maar van de hele begeleidingsstaf achter het eens zo trotse vlaggenschip van het Nederlandse voetbal.

De vrije val waarin Oranje terecht is gekomen wordt hier en daar verklaard door een dosis pech, en gemiste kansen tegen Denemarken, maar het heeft er alle schijn van dat het gebrek aan vooruitgang sinds de WK-finale van 2010 te maken heeft met een tunnelvisie bij de verantwoordelijke begeleiders. Op geen enkele manier is bondscoach Bert van Marwijk erin geslaagd te vernieuwen – niet in zijn ploeg, niet in de spelwijze, niet in de manier waarop Oranje een groot eindtoernooi benadert.

In olympische sporten is het een wet dat pogingen een succes te kopiëren leiden tot stilstand of achteruitgang. Het is precies wat het Nederlands elftal de afgelopen twee jaar overkwam. Topsport en topsporters ontwikkelen zich razendsnel om de winnaars van het vorige goud te achterhalen. Wie verwacht hetzelfde trucje eindeloos te kunnen herhalen omdat het twee jaar geleden goed was voor het bereiken van een (verloren) WK-finale, kijkt te weinig om zich heen.

Zelfs Michael Phelps, zwemmer van beroep, achtte het in 2009 noodzakelijk zijn zwemtechniek aan te passen, kort nadat hij tijdens de Olympische Spelen van Peking liefst acht gouden medailles had gehaald, bovenop de zes die hij vier jaar eerder in Athene had gewonnen. Vernieuwen, zei Phelps, stelde hem in staat zich te specialiseren op andere nummers. Nieuwe uitdagingen, andere manieren van trainen hielden hem scherp. In het transitieproces verloor hij weer eens. Dat prikkelde hem. Hield hem hongerig.

Wie niet vernieuwt, roest vast. Herhaalt bewegingen die vertrouwd zijn. Blijft in zijn comfort zone. En ontwikkelt zich niet meer vooruit.

In de voetbalwereld zijn talloze voorbeelden te vinden van grote ploegen die te lang vasthielden aan het vertrouwde. Frankrijk – wereldkampioen in 1998 en Europees kampioen in 2000 – verliet het WK van 2002 na de groepsfase, zonder ook maar één doelpunt te maken. Feitelijk overkwam Nederland hetzelfde na de als geslaagd ervaren eindtoernooien van 1974 (tweede), 1978 (tweede) en 1988 (eerste).

Maar vernieuwen oogst weerstand en vergt moed in een wereld die wordt beheerst door sportende miljonairs. Een meester in dat proces in het voetbal is Sir Alex Ferguson, de man die al ruim 25 jaar aan het roer staat bij Manchester United. Hij riep talloze keren vraagtekens op door spelers te verkopen die net op hun top leken te zijn, zoals David Beckham, Jaap Stam en Ruud van Nistelrooy.

Soms waren hem hun ego’s te groot geworden om nog van waarde te kunnen zijn voor het team, van anderen meende Ferguson dat hun plafond precies was bereikt. Altijd prevaleerde het belang van het geheel boven dat van het individu.

Van Marwijk staat bekend als een hondstrouw man, een eigenschap die hem de afgelopen maanden lijkt op te breken. Dat het rendement van Robin van Persie in Oranje nog niet een kwart is van dat bij Arsenal, was al uitgebreid gedocumenteerd tijdens het WK in 2010. Twee jaar later is de bondscoach nog steeds niet van mening veranderd, ook al is er nog geen telraam voor nodig om te concluderen dat de situatie niet verbeterde.

De vaste patronen leidden tot gewoonten, en vervolgens tot sleur. Mark van Bommel werd nooit aangezet tot een interne concurrentiestrijd op het middenveld, John Heitinga en Joris Mathijsen waren zelfs met een blessure vaste keus in de verdediging. Van Persie hoefde zich nooit zorgen te maken over zijn plek. Een paar wedstrijden op de bank doorbrengen is niet leuk, maar dat kan ook het gif vrijmaken dat nodig is om winnaar te worden.

Waar andere coaches hun falende spits een paar wedstrijden op de bank houden, hield Van Marwijk koppig vast aan zijn eigen onwrikbare inzicht. Met nagenoeg dezelfde opstelling had hij immers de WK-finale gehaald. Maar níet gewonnen – en evenmin had zijn vondst het speltype opgeleverd dat Oranje graag wil spelen.

Natuurlijk, Van Marwijk heeft geen voorraadkast met dertig wereldtoppers waaruit hij vrijelijk kan selecteren, zoals zijn collega’s in Spanje of Duitsland. Maar hij ondernam niet eens een poging om een gezonde concurrentiestrijd aan te wakkeren in zijn selectie, waarin de grote ego’s met wat vers bloed gemakkelijker hadden kunnen worden getemd en scherp gehouden.

De afgelopen maanden had Van Marwijk talloze voorbeelden kunnen zien dat de betovering van ‘Zuid-Afrika’ verbroken was, en daarmee de eenheid. Sommige ego’s zijn weer belangrijker geworden dan het team, mede door de status die zij door dat WK verkregen. De geschiedenis herhaalt zich even meedogenloos als pijnlijk. En niemand rondom het Nederlands elftal die het zag aankomen.