Watergate: twee journalisten brengen een president ten val

Het Watergate-schandaal, dat in 1974 de Amerikaanse president Richard Nixon ten val bracht, was voor een belangrijk deel het onderzoekswerk van twee journalisten van The Washington Post: Bob Woodward en Carl Bernstein. Zij kregen hun informatie van een anonieme bron, die ze ‘Deep Throat’ noemden. Hun boek over het schandaal, All the President’s Men (1974), werd een bestseller, verfilmd in 1976 met Robert Redford en Dustin Hoffman.

De zaak begon met een inbraak op 17 juni 1972 in het Watergate-gebouw in Washington, waar het campagneteam van de Democraten zat, Nixons tegenstanders in de komende verkiezingen. Een groep inbrekers wilde daar afluisterapparatuur plaatsen. Zij werkten voor de Committee to Re-Elect the President (CREEP), een schimmige club die op illegale wijze verkiezingsdonaties gebruikte voor lage streken tegen Nixons vijanden. Toen de inbrekers werden gepakt, maakten Nixon en zijn team zich schuldig aan machtsmisbruik, corruptie en hinder van de rechtsgang om de zaak onder het tapijt te vegen.

Tijdens het parlementaire onderzoek kwam aan het licht dat Nixon alle gesprekken in zijn kantoor liet opnemen. Het Hooggerechtshof dwong hem de opnames vrij te geven. Hierop was te horen dat Nixon het land leidde als een achterdochtige bullenbak, zonder enig respect voor volk, vaderland of de Bond tegen het Vloeken. Dat schaadde hem wellicht nog meer dan de verdenking van machtsmisbruik.

Met een impeachment (gedwongen aftreden) in het verschiet legde Nixon op 9 augustus 1974 zijn functie neer, de enige Amerikaanse president die dat ooit overkwam. Hij zei nog: „I’m not a crook”, maar hij was en bleef ‘Tricky Dicky’, de corrupte president van Watergate.

In 2005 kreeg Watergate nog een staartje toen Mark Felt, voormalig onderdirecteur van de FBI, bekende dat hij Deep Throat was. De schuilnaam verwees naar een pornofilm over een dame met een clitoris op de huig.

Woodward en Bernstein zorgden ervoor dat de onderzoeksjournalistiek aan een grote bloeiperiode begon. Hun werk viel in vruchtbare aarde: de jaren zeventig vormden toch al een tijdperk waarin kritiek en wantrouwen jegens de macht en vogue was. Journalist werd een gewild beroep. Onderzoeksjournalisten werden sterren; helden die romantisch werk deden als waakhonden van de democratie, voor het hoogste doel: de waarheid.

    • Wilfred Takken